Energiebelasting tuinbouwbedrijven: WOZ-beschikking bindend voor samenstel, geen samenstel bij geografische spreiding
Energiebelasting tuinbouwbedrijven: WOZ-beschikking bindend voor samenstel, geen samenstel bij geografische spreiding
Gegevens
- Nummer
- 2026/524
- Publicatiedatum
- 7 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Milieuheffingen
- Relevante informatie
Belanghebbende levert gas en elektriciteit aan tien tuinbouwbedrijven met meerdere productielocaties, elk met een eigen energieaansluiting. Voor vier van deze bedrijven is door de gemeentelijke heffingsambtenaar een WOZ-beschikking afgegeven waarin de verschillende locaties als één onroerende zaak (samenstel) zijn aangemerkt. Voor de overige zes bedrijven zijn per locatie afzonderlijke WOZ-beschikkingen afgegeven. Belanghebbende berekent de energiebelasting per aansluiting, maar stelt dat deze per verbruiker (als één aansluiting) moet worden berekend, wat tot een lager bedrag leidt vanwege het degressieve tarief.
In geschil is of belanghebbende op grond van het besluit van 28 juni 2019 () recht heeft op teruggaaf van energiebelasting en of sprake is van een samenstel van onroerende zaken als bedoeld in art. 16 onderdeel d Wet WOZ, zodat per gebruiker sprake is van één aansluiting.
Het hof oordeelt dat het besluit van 28 juni 2019 de inspecteur bindt om bij de energiebelasting aan te sluiten bij de door de heffingsambtenaar afgegeven WOZ-beschikkingen. De inspecteur mag niet zelfstandig afwijken van een WOZ-beschikking waarin een samenstel is vastgesteld, ook niet als hij deze onjuist acht. Het hof volgt belanghebbende hierin en kent voor de vier bedrijven met een samenstelbeschikking teruggaaf van energiebelasting toe. Voor de overige zes bedrijven beoordeelt het hof zelfstandig of sprake is van een samenstel. Daarbij past het hof de criteria uit het arrest HR 12 september 2025 () toe, waaronder geografische en organisatorische samenhang, de mogelijkheid tot afzonderlijk gebruik en verkoop, en uiterlijke kenmerken.
Het hof stelt vast dat bij deze zes bedrijven de locaties geografisch gescheiden zijn, niet aaneengesloten liggen, zelfstandig operationeel zijn en afzonderlijk kunnen worden verkocht en gebruikt. De organisatorische samenhang, centrale aansturing of gezamenlijke bedrijfsvoering acht het hof onvoldoende om een samenstel aan te nemen. Het hof volgt daarmee het oordeel van de rechtbank voor deze zes bedrijven en wijst het verzoek om teruggaaf voor deze ondernemingen af.
(Hoger beroep gegrond.)