Taxatie eenvoudige, kleine winkelruimte is geen bijzonder geval voor hogere kostenvergoeding
Taxatie eenvoudige, kleine winkelruimte is geen bijzonder geval voor hogere kostenvergoeding
Gegevens
- Nummer
- 2026/525
- Publicatiedatum
- 7 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- WOZ
- Relevante informatie
Belanghebbende, een nv, is eigenaar van een winkelruimte waarvoor de WOZ-waarde voor 2024 na bezwaar is verlaagd. In beroep is uitsluitend nog de hoogte van de proceskostenvergoeding in geschil en betreft de vergoeding voor het in de bezwaarfase overgelegde taxatierapport en de vergoeding voor door de gemachtigde verleende rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelt dat het object een zeer eenvoudige en kleine winkelruimte betreft, zodat de taxatie niet als bewerkelijk of complex kan worden aangemerkt. De door de heffingsambtenaar vergoede vier uur voor het taxatierapport acht de rechtbank niet te laag, mede omdat het rapport geen aanwijzingen bevat voor bovengemiddelde complexiteit. Voor de vergoeding van rechtsbijstand stelt belanghebbende dat de WOZ-factor van ¼ niet van toepassing zou moeten zijn vanwege de complexiteit van courante niet-woningen. De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025 () en overweegt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in dat arrest. Er is geen concreet inzicht gegeven in het bedrijfsmodel van de gemachtigde, zodat niet kan worden vastgesteld dat de proceskostenvergoedingen de gemaakte kosten ver overtreffen. Omdat het bestreden besluit na 1 januari 2024 is genomen en geen sprake is van een bijzonder geval, had zelfs een lagere factor (0,125) toegepast kunnen worden. De toegepaste factor van ¼ is daarom niet te laag.
(Beroep ongegrond.)