Volledige aftrek voorbelasting productieruimten op basis van gewekt vertrouwen

Volledige aftrek voorbelasting productieruimten op basis van gewekt vertrouwen

Gegevens

Nummer
2026/545
Publicatiedatum
9 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2380
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een instelling die opvang en ondersteuning biedt aan mensen met een verstandelijke beperking en daarnaast tegen zakelijke vergoeding goederen en diensten aan derden levert. In 2021 heeft zij een nieuw gebouwencomplex laten realiseren, bestaande uit zelfstandige- en niet-zelfstandige ruimten. Voor de bouwkosten van de zelfstandige productieruimten wenst belanghebbende volledige aftrek van de voorbelasting, stellende dat deze ruimten uitsluitend voor belaste prestaties worden gebruikt. De inspecteur staat slechts gedeeltelijke aftrek toe op basis van de omzet pro rata, omdat de ruimten volgens hem ook worden gebruikt voor vrijgestelde prestaties (dagopvang van cliënten). In geschil is of belanghebbende recht heeft op volledige aftrek van voorbelasting op de bouwkosten van de zelfstandige productieruimten, dan wel slechts op basis van de omzet pro rata. De rechtbank overweegt dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat de zelfstandige productieruimten uitsluitend voor belaste prestaties worden gebruikt. Vaststaat dat deze ruimten ook worden gebruikt voor de dagbesteding van cliënten, wat een vrijgestelde prestatie is. Daarmee is sprake van gemengd gebruik en is volledige aftrek wettelijk niet mogelijk. De voorbelasting is slechts gedeeltelijk aftrekbaar op basis van de omzet pro rata. Vervolgens beoordeelt de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel. Uit correspondentie en controlerapporten uit 1996, 2007 en 2009 blijkt dat de inspecteur akkoord is gegaan met volledige aftrek van voorbelasting voor productielocaties, gebaseerd op de aard van de activiteiten en niet beperkt tot bestaande gebouwen. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende op deze toezeggingen mocht vertrouwen, omdat de activiteiten niet zijn gewijzigd en de inspecteur geen duidelijk voorbehoud heeft gemaakt voor nieuwe investeringsgoederen. Voor de niet-zelfstandige ruimten geldt dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat het werkelijk gebruik afwijkt van de omzetverhouding, zodat voor deze ruimten de aftrek op basis van de omzet pro rata (4%) blijft gelden.

(Beroep gegrond.)