Exploitant arbeidsmigrantenverblijf heffingsplichtige voor zuiveringsheffing en toeristenbelasting

Exploitant arbeidsmigrantenverblijf heffingsplichtige voor zuiveringsheffing en toeristenbelasting

Gegevens

Nummer
2026/546
Publicatiedatum
9 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:599
Rubriek
Heffing lokale overheden
Relevante informatie

Belanghebbende exploiteert een park met 35 chalets waarin arbeidsmigranten verblijven. Voor het jaar 2022 zijn aan belanghebbende aanslagen zuiveringsheffing en toeristenbelasting opgelegd, berekend op basis van het aantal vervuilingseenheden respectievelijk het aantal overnachtingen van niet in de BRP ingeschreven arbeidsmigranten. Belanghebbende stelt dat zij niet als gebruiker van de chalets kan worden aangemerkt voor de zuiveringsheffing, dat de aanslag onjuist is berekend en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Voor de toeristenbelasting voert zij aan dat het aantal overnachtingen te hoog is vastgesteld en dat inschrijving in de BRP door coronamaatregelen onmogelijk was. In geschil is of de aanslagen zuiveringsheffing en toeristenbelasting 2022 terecht en tot de juiste bedragen aan belanghebbende zijn opgelegd. Het hof oordeelt, in navolging van de rechtbank, dat belanghebbende terecht als heffingsplichtige voor de zuiveringsheffing is aangemerkt. Belanghebbende stelt de chalets niet zelf ter beschikking te stellen, maar maakt dit niet aannemelijk met de overgelegde stukken. Op grond van de Waterschapswet en de Verordening is degene die woonruimte voor volgtijdig gebruik ter beschikking stelt heffingsplichtig. Belanghebbende voldoet aan deze omschrijving. De alternatieve berekening van belanghebbende leidt tot een hoger aantal vervuilingseenheden dan waarvan de aanslag uitgaat, zodat deze stelling haar niet kan baten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat belanghebbende niet aannemelijk maakt ten opzichte van wie of waarom sprake is van ongelijke behandeling. Voor de toeristenbelasting geldt dat het aantal overnachtingen is vastgesteld conform de aangifte van belanghebbende. De stelling dat het park niet volledig in bedrijf was, is onvoldoende onderbouwd. Aangezien geen van de arbeidsmigranten in 2022 in de BRP was ingeschreven, is terecht uitgegaan van het totale aantal overnachtingen. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat inschrijving in de BRP onmogelijk was door coronamaatregelen. Eventuele gevolgen van niet-inschrijving komen voor haar rekening. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt ook hier, omdat het beleid van andere gemeenten of de Rijkscompensatie niet relevant is voor de gemeente. Het hof ziet geen aanleiding de aanslagen te verminderen.

(Hoger beroep ongegrond.)