Hoorrecht geschonden, maar verzuimboete in stand wegens ontbreken benadeling
Hoorrecht geschonden, maar verzuimboete in stand wegens ontbreken benadeling
Gegevens
- Nummer
- 2026/547
- Publicatiedatum
- 9 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende woont in Spanje en verblijft van oktober 2018 tot oktober 2022 in voorlopige hechtenis aldaar. Voor het jaar 2019 doet hij, ondanks uitnodiging, herinnering en aanmaning, geen aangifte IB. De inspecteur legt daarom ambtshalve een aanslag en een verzuimboete op. In bezwaar verzoekt belanghebbende om een hoorgesprek op neutraal terrein in Spanje, maar wijst alternatieven zoals telefonisch horen af. De inspecteur wijst dit verzoek af en hoort belanghebbende niet. In eerdere jaren is belanghebbende vaker beboet wegens het niet (tijdig) doen van aangifte. In geschil is of het hoorrecht is geschonden, of de verzuimboete terecht is opgelegd en of belanghebbende recht heeft op vergoeding van kosten voor bezwaar en beroep. Het hof oordeelt dat het hoorrecht is geschonden, omdat de inspecteur belanghebbende niet heeft uitgenodigd voor een hoorgesprek op een door de inspecteur te bepalen plaats, tijd en wijze. De inspecteur had belanghebbende expliciet moeten uitnodigen, ondanks diens voorkeur voor een locatie in Spanje. Het hof past echter art. 6:22 Awb toe en gaat aan de schending voorbij, omdat belanghebbende niet is benadeeld. Hij heeft zijn standpunten schriftelijk kunnen toelichten en heeft zelf verzocht om af te zien van een zitting. Ten aanzien van de verzuimboete volgt het hof het oordeel van de rechtbank dat deze terecht en op goede gronden is opgelegd. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat sprake is van afwezigheid van alle schuld. Zijn detentie vormt geen rechtvaardiging, mede omdat hij een gemachtigde had die namens hem contact met de Belastingdienst heeft gehad. Gezien het stelselmatig verzuim acht het hof de hoogte van de boete passend en geboden. In de schending van het hoorrecht ziet het hof aanleiding voor vergoeding van proceskosten en griffierecht voor zowel beroep als hoger beroep, maar niet voor de bezwaarfase.
(Hoger beroep gegrond).