Verlengde beslistermijn in Gemeentewet niet beperkt tot gemeentelijke belastingen, maar geldt ook voor bezwaar tegen dwangsombeschikking
Verlengde beslistermijn in Gemeentewet niet beperkt tot gemeentelijke belastingen, maar geldt ook voor bezwaar tegen dwangsombeschikking
Gegevens
- Nummer
- 2026/564
- Publicatiedatum
- 13 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Heffing lokale overheden
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De heffingsambtenaar heeft daarop niet tijdig beslist, waardoor hij een dwangsom is verschuldigd. De verschuldigdheid van de dwangsom is neergelegd in een beschikking. Belanghebbende heeft op 14 juni 2022 tegen deze dwangsombeschikking bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft belanghebbende op 9 augustus 2022 de heffingsambtenaar in gebreke gesteld wegens het niet-doen van uitspraak op dit bezwaar. Hof Amsterdam (13 maart 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1481) heeft geoordeeld dat de beslistermijn nog niet was verstreken, zodat de ingebrekestelling prematuur is geschied. De Hoge Raad onderschrijft dat oordeel. Art. 236 Gemw bepaalt namelijk – in afwijking van art. 7:10 Awb (beslistermijn van zes weken) – dat de heffingsambtenaar uitspraak moet doen in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ingediend. Deze regel is niet beperkt tot bezwaarschriften die zien op de heffing van gemeentelijke belastingen. De verlengde beslistermijn is dus ook van toepassing als de heffingsambtenaar uitspraak moet doen op een bezwaar dat is gericht tegen een door hem genomen dwangsombeschikking.