Aandeelhoudersleningen verkapt dividend bij onvermogen tot terugbetaling

Aandeelhoudersleningen verkapt dividend bij onvermogen tot terugbetaling

Gegevens

Nummer
2026/729
Publicatiedatum
11 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2052
Rubriek
Aanmerkelijk belang/Directeur-grootaandeelhouder
Relevante informatie

Belanghebbende is indirect eigenaar van 50% van de aandelen in een bv, waarvan de overige aandelen in handen zijn van zijn kinderen. Tot juni 2012 is hij enig bestuurder van deze bv, die moedermaatschappij is van een fiscale eenheid vennootschapsbelasting. Belanghebbende heeft in de periode 2007-2011 aanzienlijke bedragen geleend van de vennootschap(pen), onder meer voor de aankoop van een effectenportefeuille. In 2009 en 2011 zijn diverse rechtshandelingen verricht, waaronder de verkoop van aandelen aan familieleden en een onverschuldigde betaling aan de bv van zijn echtgenote. De inspecteur heeft voor 2009 en 2011 verkapte dividenduitkeringen aangenomen en voor 2011 en 2012 de schulden aan de vennootschap(pen) niet als box 3-schuld geaccepteerd. In geschil is of sprake is van verkapte winstuitdelingen, de inspecteur terecht de box 3-schulden heeft gecorrigeerd en of het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2010 terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank oordeelt dat voor 2009 en 2011 de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard wegens een onherroepelijke informatiebeschikking. Belanghebbende heeft onvoldoende gedaan om de gevraagde informatie te verstrekken, zodat deze bewijsrechtelijke sanctie proportioneel is. Voor 2009 acht de rechtbank de schatting van de inspecteur van het verkapte dividend van € 50 miljoen redelijk, omdat belanghebbende de lening niet kon aflossen en de vermogensverschuiving uit de winstreserve kon plaatsvinden. Voor 2011 acht de rechtbank de schatting van het aanmerkelijk belang-inkomen te hoog. In dat jaar is geen sprake van winst, winstreserves of te verwachten winst, zodat geen verkapte winstuitdeling kan worden aangenomen. De correctie van het box 3-inkomen blijft wel in stand, omdat de schulden aan de vennootschap(pen) fiscaal zijn afgenomen door eerdere dividenduitdelingen. Voor 2012 is geen omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing, omdat niet is aangetoond dat belanghebbende is uitgenodigd tot het doen van aangifte. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat in 2012 een verkapte dividenduitkering heeft plaatsgevonden, aangezien de schuld niet verder is opgelopen en geen nieuwe onttrekking heeft plaatsgevonden. De box 3-correctie blijft wel in stand, met inachtneming van het heffingsvrije vermogen. Het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2010 is terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat de curator als professionele partij niet-verschoonbaar te laat bezwaar heeft gemaakt.

(Beroep gegrond.)