NTFR 2022/3472 - Nederland belastingparadijs? Wat ik tegen het Europees Parlement heb gezegd

NTFR 2022/3472

NTFR 2022/3472 - Nederland belastingparadijs? Wat ik tegen het Europees Parlement heb gezegd

mr. A.F. Gunn, MAis partner bij Gunn Tax Communication B.V. en hoofdredacteur van Artikel104.nl. Daarnaast is zij werkzaam aan de Universiteit Leiden.

Hoorzitting

Op 13 oktober 2022 sprak staatssecretaris van Financiën Marnix van Rij het Europese Parlement (EP) toe over de stand van zaken in Nederland belastingland. Een gevaarlijke exercitie, zou je denken, nu het EP Nederland al jaren als een belastingparadijs beschouwt en niet bekend staat als groot warm bad voor stoute lidstaten. Het bezoek van Van Rij was echter een onverwacht en eclatant succes. Nederland heeft de afgelopen jaren behoorlijke stappen gezet tegen belastingontwijking, want we willen van ons slechte fiscale imago af. En ja, de rinkelende geldstroom door Nederland blijft formidabel. Maar toch. ‘De aanwezigheid en open houding van de staatssecretaris in het Europees parlement maakt duidelijk dat Nederland een nieuwe weg is ingeslagen,’ zei Paul Tang tegen de NOS, ‘de erfenis van belastingontwijking is niet van de ene op de andere dag verdwenen. Dat vergt veel noeste arbeid.’1

Het heeft het Financieele Dagblad niet gehaald, maar eerder dit jaar was ook ik uitgenodigd op zo’n hoorzitting in Brussel. Samen met Francis Weyzig, Bernard ter Haar, Jan van de Streek en Rainer Prokisch heb ik mijn licht laten schijnen over ‘belastingparadijs’ Nederland. Opvallend is dat de houding van Paul Tang, die voorzitter is van de FISC subcommittee die de hoorzitting organiseerde, toen een stuk ambivalenter was over de Nederlandse hervormingen. De hele sessie kan online worden teruggekeken.2 Mijn bijdrage ging kort gezegd over de culturele revolutie die momenteel gaande is in de Nederlandse belastingsector, inclusief de steeds prominentere rol voor ethiek voor de belastingadviespraktijk. Met de hulp van mijn broer Thom Gunn3 heb ik daarnaast een Engelstalig statement geschreven dat eveneens online verkrijgbaar is.4 Deze Opinie is een bewerking van dat document.

STATEMENT

Dank voor de uitnodiging voor de hoorzitting van de FISC subcommittee on tax matters onder de titel ‘Case studies on Member States national tax policies - The Netherlands: implemented national tax reform and the combat against aggressive tax schemes’, voorgezeten door Paul Tang. Zoals verzocht stuur ik hierbij mijn statement. Het bestaat uit vier delen en een conclusie. Enkele relevante onderwerpen, waaronder de rol van de belastingwetenschap in het maatschappelijk debat en lobbyen door multinationals, blijven daarom onbesproken.

I Definitie ‘Aggressive Tax Schemes’

Laten we beginnen met de definitie van jullie term ‘Aggressive Tax Schemes’ (‘agressieve tax planningstructuren; hierna ook: ‘structuren’). Als ik het goed begrepen heb is het jullie te doen om belastingplichtigen die gebruikmaken van mazen in nationale en internationale belastingregels (loopholes) om belastingen te minimaliseren (of zo je wil: te optimaliseren). Een goed voorbeeld is het gebruik van de zogeheten brievenbusvennootschappen. Daarnaast zijn er gevallen waarbij geen of weinig belasting betaald wordt als gevolg van de reguliere toepassing van belastingregels of zelfs de algehele afwezigheid van regels. Zulke gevallen kunnen eveneens als problematisch ervaren worden, maar verschillen wezenlijk van belastingontwijkingstructuren. Het huidige debat in Nederland wordt vertroebeld door het feit dat al deze situaties worden aangeduid met het slecht gedefinieerde begrip ‘belastingontwijking’.

Net als veel landen heeft Nederland in de afgelopen tien jaar een groot aantal hervormingen doorgevoerd op het vlak van met name de vennootschapsbelasting. Vaak (maar zeker niet altijd) was dit het resultaat van internationale afspraken: regels tegen brievenbussen en het gebruik van belastingparadijzen, maatregelen tegen hybride mismatches en andere onderwerpen binnen de reikwijdte van het BEPS-project van de OESO en de ATAD-richtlijnen. De staatssteunonderzoeken van de Europese Commissie (EC) bij Starbucks, Nike en Inter IKEA hebben bovendien bijgedragen aan forse veranderingen in ons rulingbeleid. Dit is slechts een greep uit de selectie.

Het is geen geheim dat Nederland in het verleden een bedroevend slechte reputatie had op het vlak van de internationale fiscaliteit. In 2019 heeft het EP ons land als een belastingparadijs aangemerkt. In 2021 kwam het Tax Justice Network (TJN) tot een vergelijkbare conclusie in de global tax haven lijst (waarop Nederland achter de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden en Bermuda eindigde).5 Deze kwalificatie doet wat mij betreft geen recht aan de hervormingen in de afgelopen tien jaar, maar zetten wel de toon van het debat over belastingontwijking. Werkelijk agressieve tax planningstructuren moeten natuurlijk worden aangepakt; (ongerechtvaardigde) vooroordelen over de Nederlandse fiscaliteit blijven evenwel onwenselijk. De huidige situatie is zeker niet perfect. Echter, het is aantoonbaar onjuist om te zeggen dat er de afgelopen jaren geen enkele vooruitgang was. Dit zou namelijk betekenen dat het EP en belangrijke civil society spelers zoals NGO’s en de journalistiek na al die jaren nog geen deuk in een pakje belastingboter hebben kunnen slaan. En dat is echt onzin.

II Regels alleen zijn niet genoeg

Deze hoorzitting betreft de ‘remaining issues’ in Nederland. Met andere woorden: welke loopholes zijn er nu nog? En hoe kunnen we die dichten? Het bedenken van bestrijdingswaardige structuren is een vermakelijke bezigheid. Evengoed lijkt het verzinnen en dichten van hypothetische lekken mij geen effectieve benadering voor het uitbannen van agressieve structuren in de echte wereld. De fiscale werkelijkheid is weerbarstig en tegen 100 taxplannende trustboeren is het moeilijk wetgeven. Tax planning is geen natuurfenomeen dat ‘zomaar’ ontstaat maar een product van een bepaalde fiscale cultuur waar het ontwerpen, implementeren en verkopen van problematische fiscale structuren acceptabel en lucratief is. Het is evident dat sommige (zeker niet alle!) Nederlandse belastingexperts - adviseurs, advocaten, trusts, bankiers en soms zelfs de Belastingdienst - een rol speelden en spelen bij het ontwerpen van structuren. Welnu, goed nieuws: dit betekent dat deze experts ook een rol zouden kunnen spelen bij het tegengaan van structuren. Culturele aspecten zijn in dit kader relevant. Alleen maar nieuwe regels volstaat niet.

De Nederlandse belastingsector is de afgelopen tien jaar sterk veranderd, dat kan ik niet genoeg benadrukken. Er is een verschuiving zichtbaar van een legalistisch wereldbeeld waarbij elke vorm van belastingplanning is toegestaan mits in lijn met de geldende wet- en regelgeving, naar een wereld met oog voor fiscale ethiek. Om een voorbeeld te geven: ethiek is sinds 2017 een prioriteit voor de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB). Dit thema is inmiddels een vast onderdeel van beroepsopleidingen en meerdere kantoren hebben een ‘ethical board’ ingesteld. Fiscale Ethiek staat op het menu bij alle Nederlandse universiteiten en de University of Curaçao. Voor een actueel overzicht van de fiscale ethiek en tax governance vakken verwijs ik naar de Essaybundel over een Tax Governance Code, die in 2020 verscheen onder redactie van Hans Gribnau.6

Het cynisch wegzetten van al deze activiteiten als ‘window dressing’ is weinig overtuigend gezien de hoeveelheid tijd, moeite en geld die bedrijven stoppen in het doen landen van fiscale ethiek in hun organisaties. De vraag is waarom deze initiatieven kennelijk niet zijn doorgedrongen bij het bredere publiek. Volgens mij krijgen we soms te weinig credits. Hoe kan dit? Zonder deze vraag in detail te bespreken is het duidelijk dat de framing van Nederland als een belastingparadijs in dit kader meespeelt. Slecht nieuws zorgt voor betere krantenkoppen. Dit bemoeilijkt een afgewogen discussie.

III Nieuwe generatie, andere cultuur

Gestaag wint een nieuwe generatie fiscalisten aan invloed. Zij begonnen hun carrière rond de tijd van de financiële crisis in 2008, en zijn opgegroeid in een wezenlijk ander klimaat dan de generaties voor hen. De laatste groep bouwde zijn carrière onder het economisch betere gesternte van de jaren 1990 en 2000. Destijds werd anders tegen belastingstructuren aangekeken dan nu het geval is. Deze oudere generatie houdt momenteel sleutelposities binnen de fiscale professie. Maar de tijden veranderen. Dit heeft gevolgen voor de cultuur binnen de fiscale sector. De fiscalist van de toekomst is opgegroeid (zo niet doodgegooid…) met fiscale ethiek. Sterker nog, ik denk dat het feit dat belastingen gepaard gaan met ethische dilemma’s voor veel jongere fiscalisten volstrekt vanzelfsprekend is.

Dit stemt mij optimistisch. De vraag is nu wat ethiek betekent op de alledaagse fiscale werkvloer. Ik denk dat wij - docenten, leiders, media, politici, civil society, et cetera - hier meer over moeten praten, bijvoorbeeld op het vaktechnisch overleg (VTO) of als deel van eindejaarsgesprekken. Wat zijn eigenlijk de maatschappelijke verwachtingen? Wanneer is een belastingstructuur ethisch? Studenten en young professionals zien dat ethiek in abstracto relevant is en vragen zich hardop af wat dit in concreto betekent. Het is wat paradoxaal, maar de stortvloed van nieuwe regels speelt hierbij een complicerende rol. Zelfs de meest idealistische belastingadviseurs raken gedemotiveerd door alsmaar veranderende compliance regels, rapportageverplichtingen en maatregelen die ongewild legitieme activiteiten raken of zelfs leiden tot dubbele belasting.

Dit mag geen reden zijn om te zeggen ‘laat die agressieve structuren maar voor wat ze zijn’, maar een zekere BEPS-moeheid kan de fiscalisten vergeven worden. Hier speelt nog iets anders. Een deel van de structuren die tot voor kort inzet waren van het politieke debat werken simpelweg niet meer. Een goed voorbeeld hiervan is de cv/bv-structuur. Er is nog steeds berichtgeving over belastingontwijking door multinationals, maar daar betreft het soms zogeheten ‘legacy structures’ uit oude jaren. Zo kan het beeld ontstaan dat: ‘Ja, het was slecht. Gelukkig is het lek nu gedicht.’ Een debat over fiscale ethiek voegt dan niet zoveel meer toe. Dit is niet zonder gevaar want er zullen wel degelijk situaties zijn waar sprake is van problematisch belastinggedrag.

IV Een (nog) beter fiscaal debat

Fiscale ethiek moet sterkere ‘handen en voeten’ krijgen. De kans voor duurzame culturele verandering gaat verloren als de praktijk geen handvaten heeft om er iets mee te doen. Het publieke debat speelt hierbij een sleutelrol. Opvallend is dat dat debat – anders dan soms gedacht wordt – eigenlijk best goed loopt. Dit druist in tegen de gedachte dat het debat ‘ontspoord’ of ‘gestrand’ is. Er is juist veel aandacht voor de problematiek van belastingontwijking en er wordt serieus onderzoek gedaan naar het belastinglandschap. De betrokkenheid van Nederlandse journalisten bij het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ, bekend van de Panama Papers en de Pandora Papers) laat al zien dat er geïnvesteerd wordt in de fiscale journalistiek.

Toch is er binnen fiscale kringen kritiek op de media waar het gaat om belastingontwijking. Dit vanwege (beweerdelijke) vooringenomenheid van journalisten, en het (beweerdelijk) gekleurd presenteren of onjuist duiden van feiten. In deze kritiek zit meestal een kern van waarheid, al is soms wel sprake van boter op het hoofd van de critici. Daarnaast zijn er problemen op het vlak van informatievoorziening door bedrijven en de overheid. Journalisten en onderzoekers bij NGO’s hebben vaak geen toegang tot de juiste gegevens wat de kans op verkeerde berichtgeving vergroot. Met meer openheid valt hier wat winst te behalen. De fiscale sector moet vrede sluiten met de journalistiek. Hoe kunnen we zorgen voor de best mogelijke fiscale berichtgeving?

Ik heb met enige regelmaat contact met (onderzoeks)journalisten en mijn indruk is dat ze best een ander/positiever beeld willen schetsen, maar daar geen aanleiding toe zien (dit is doorgaans na contact te hebben opgenomen met het bedrijf en experts). Dit zal pas veranderen als het andere, technisch accurater fiscale verhaal op een geloofwaardige en begrijpelijke wijze verteld wordt. Transparantie, inzicht en verifieerbare feiten moeten hieraan ten grondslag liggen. Tax communication is dan key.

Conclusie

Nederland heeft veel slagen gemaakt bij het tegengaan van belastingontwijkingstructuren. Dit proces van hervormingen is niet voltooid en niettegenstaande de goede voornemens, mogen we niet op onze lauweren rusten. Het voorkomen van onwenselijke structuren gaat over strengere regels én over veranderingen in de hearts and minds van de fiscale sector. Het fundamentele punt dat ethiek relevant is voor belastingen staat niet (meer) ter discussie. Maar wat betekent dit in de praktijk? Deze vraag laat zich alleen beantwoorden aan de hand van nieuwe fiscaal-maatschappelijke normen. En deze kunnen alleen via het maatschappelijk debat tot stand komen. Bij dat debat moet de hele fiscale sector, van de meest senior partner tot de werkstudent, zijn rol pakken. Dat Marnix van Rij positief is ontvangen in het EP is absoluut een goed teken. Niet dat de problemen zijn opgelost - de ‘noeste arbeid’ waar Paul Tang het over had is geen overdrijving - maar dat zowel Nederland als het EP zich een constructieve houding heeft aangemeten is goed nieuws. Enfin, de tijden zijn veranderd en veranderen nog steeds. Cynisme is nu onze grootste vijand.