Geruisloze inbreng van vof in bestaande bv terecht afgewezen omdat niet is voldaan aan strenge goedkeurende voorwaarden
Geruisloze inbreng van vof in bestaande bv terecht afgewezen omdat niet is voldaan aan strenge goedkeurende voorwaarden
Gegevens
- Nummer
- 2023/630
- Publicatiedatum
- 16 mei 2023
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Winst
- Relevante informatie
Belanghebbende en zijn echtgenote zijn de enige firmanten van een vof met een winstverdeling van 50%. Zij hebben beiden ook 50% aandelen in Z bv. De statuten daarvan zijn in oktober 2019 (na 1 oktober 2019) gewijzigd. Daarna is op diezelfde dag eerst de door de vof gedreven onderneming in Z bv ingebracht en vervolgens is de werk-bv Y bv opgericht. Ten slotte zijn op die dag de aandelen in Y bv volgestort door inbreng van de voorheen door de vof gedreven onderneming. Het verzoek om een geruisloze inbreng ex art. 3.65 Wet IB 2001 per 1 oktober 2019 wijst de inspecteur af, omdat Z bv op het overgangstijdstip (1 oktober 2019) feitelijk geen onderneming dreef en omdat Y bv op dat overgangstijdstip nog niet was opgericht. Niet in geschil dat op grond van de tekst van het besluit geruisloze omzetting de inbreng van de subjectieve ondernemingen van belanghebbenden niet voldoet aan één van de goedkeuringen voor inbreng in een bestaande vennootschap. De rechtbank is van oordeel dat met de goedkeuringen in onderdeel 3 van het besluit invulling wordt gegeven aan de in art. 63 AWR neergelegde bevoegdheid van de minister van Financiën van toepassing van de hardheidsclausule. Het stringent geformuleerde besluit biedt volgens de rechtbank aan de inspecteur geen ruimte om af van die voorwaarden af te wijken. Nu de toepassing van de hardheidsclausule is voorbehouden aan de minister, is de rechtbank niet bevoegd is om dit beleid te toetsen. Verder is de rechtbank van oordeel dat, nu het besluit de inspecteur geen ruimte biedt voor een belangenafweging, het evenredigheidsbeginsel evenmin kan zijn geschonden. Ook van schending van het gelijkheidsbeginsel is geen sprake. Ten overvloede wijst de rechtbank op de mogelijkheid een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule in te dienen bij de minister.
(Beroep ongegrond).