Kennisgroepstandpunt fiscaal partnerschap bij bloot eigendom en recht van gebruik en bewoning
Kennisgroepstandpunt fiscaal partnerschap bij bloot eigendom en recht van gebruik en bewoning
Gegevens
- Nummer
- 2025/904
- Publicatiedatum
- 28 mei 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomstenbelasting diversen
- Relevante informatie
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord of sprake is van fiscaal partnerschap wanneer een belastingplichtige de bloot eigendom van een woning heeft en in die woning gaat samenwonen met een belastingplichtige die het recht van gebruik en bewoning van die woning heeft.
Ouders hebben de bloot eigendom van hun woning overgedragen aan hun kind onder voorbehoud van een recht van gebruik en bewoning als bedoeld in 3:226 BW. Een aantal jaar na het overlijden van een van de ouders is het kind (alleenstaand en ouder dan 27 jaar) bij de langstlevende ouder gaan wonen. Zowel de ouder als het kind staan het gehele jaar op hetzelfde woonadres ingeschreven in de basisregistratie personen.
Vraag
Ontstaat op grond van artikel 1.2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet IB 2001 fiscaal partnerschap tussen twee belastingplichtigen, wanneer de ene belastingplichtige de bloot eigendom heeft van een woning en de andere belastingplichtige een recht van gebruik en bewoning van diezelfde woning heeft?
Antwoord
Nee. Voor fiscaal partnerschap op grond van artikel 1.2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, Wet IB 2001 is vereist dat de woning beiden ter beschikking staat op grond van eigendom, waaronder begrepen economische eigendom. Een recht van gebruik en bewoning wordt niet als (economische) eigendom van de woning aangemerkt.