FTV 2004, afl. 11-12 - Verplaatsing beleggingsvennootschappen; nog steeds aantrekkelijk maar waar naar toe?
Aflevering 11-12, gepubliceerd op 01-12-2004 geschreven door Mr. A.H. SchaapmanRondom de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 is in fiscaal Nederland veel te doen geweest over de wijze waarop directeur-grootaandeelhouder (dga’s) de in hun vennootschap verdiende gelden het meest aantrekkelijk konden beleggen. In eerste instantie werd daarbij het beleggen in box 3 veelal als het meest aantrekkelijk beschouwd. Voorafgaand aan het beleggen in box 3 dient in dat geval 25% van de opgebouwde reserves aan de Belastingdienst te worden afgedragen, onder de aanmerkelijkbelangregeling van box 2.Als hoofdregel geldt dat sprake is van een aanmerkelijk belang indien een natuurlijk persoon, al dan niet samen met zijn of haar echtgenote, direct of indirect, 5% van de aandelen van een vennootschap houdt. Bij andere situaties waarin een aanmerkelijk belang aanwezig is, wordt hier niet verder stilgestaan. Met name het psychologische effect van deze afrekening is door velen onderschat, aangezien de 25%-heffing voor vele dga’s dé reden was om hun beleggingsvennootschappen niet te liquideren of forse dividenden naar privé uit te keren. Daarnaast komt regelmatig de gedachte op om uiteindelijk door middel van emigratie de Nederlandse aanmerkelijkbelangheffing helemaal te vermijden.De mogelijkheden om dit te bewerkstelligen alsmede de mogelijke gevolgen in Nederland van het belangrijke arrest van het Europese Hof van Justitie inzake de Franse emigratieheffing (Hughes de Lasteyrie du Saillant, HvJ EG, 11 maart 2004,) komen in dit artikel verder niet aan de orde.