JBN 2015/13 - Verschoningsrecht en waarheidsvinding bij een strafvorderlijke inbeslagneming; de positie van rechter-commissaris
Aflevering 3, gepubliceerd op 31-03-2015 geschreven door G.J.C. Lekkerkerker, G.J.C.Wanneer de rechter-commissaris bij de doorzoeking van een notariskantoor stukken en bestanden onder zich neemt met het oog op de strafvordering, is sprake van strafvorderlijke inbeslagneming. Er bestaat in deze context geen wettelijke basis voor een ‘voorlopige inbeslagneming’ of ‘inbewaringstelling’. De rechter-commissaris dient kennis te nemen van de stukken en bestanden, die voor de waarheidsvinding of voor het standpunt van de verschoningsgerechtigde relevant (kunnen) zijn. Dit betekent geen inbreuk op het verschoningsrecht. Voor de beoordeling van de vraag of zich de zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen die rechtvaardigen dat het verschoningsrecht moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding, zal het in de regel gaan om een beoordeling van feiten en omstandigheden die buiten de inhoud van de betreffende stukken en bestanden liggen. De verdenking moet dus vooraf bestaan. Inbeslagneming van dossiers en bestanden bij wijze van fishing expedition, om langs die weg te bezien of de professionele geheimhouder zich wellicht schuldig heeft gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten, is niet toelaatbaar.