Toerekening bij navordering box 3
Toerekening bij navordering box 3
Gegevens
- Kenmerk
- KG:202:2024:28
- Publicatiedatum
- 30 augustus 2024
- Bron
- Kennisgroepen Standpunten
- Status
- Geldig
Aanleiding
X en Y zijn fiscale partners voor de inkomstenbelasting en hebben in 2017 een gezamenlijke grondslag uit sparen en beleggen van circa € 50 miljoen. Hiervan is € 40 miljoen toebedeeld aan X en € 10 miljoen toebedeeld aan Y. X heeft geen rechtsherstel box 3 gekregen, omdat hij niet tijdig bezwaar heeft gemaakt. Y heeft wel rechtsherstel box 3 gekregen door middel van een verminderingsbeschikking. Beide aanslagen inkomstenbelasting 2017 staan onherroepelijk vast als de inspecteur erachter komt dat X en Y in hun aangifte inkomstenbelasting € 25 miljoen aan aandelen hebben aangegeven als ‘banktegoeden’ in plaats van ‘beleggingen’. Hierdoor zijn de aandelen in het kader van het rechtsherstel box 3 bij Y aangemerkt als ‘banktegoeden’ (met een laag forfaitair rendementspercentage) in plaats van als ‘overige beleggingen’ (met een hoog forfaitair rendementspercentage). De inspecteur vordert daarom het te veel verleende rechtsherstel bij Y na.
Vraag
Mogen fiscale partners bij navordering van te veel verleend rechtsherstel box 3, vanwege de onjuiste opgave van beleggingen als spaargeld, een nieuwe toedeling van de gezamenlijke grondslag uit sparen en beleggen kiezen wanneer de aanslagen van beide partners reeds onherroepelijk vaststaan?
Antwoord
Nee, door de navordering verandert de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen niet. Een nieuwe toedeling van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen kan daarom niet plaatsvinden. Bij de parlementaire behandeling van de Wet rechtsherstel box 3 heeft de Staatssecretaris van Financiën aangegeven dat een dergelijke wijziging van de toedeling ook niet wenselijk wordt geacht.
Beschouwing
Toedeling van gezamenlijke grondslag uit sparen en beleggen bij navordering
Op grond van artikel 2.17, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) kan de onderlinge verhouding van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen tussen fiscale partners gezamenlijk worden gewijzigd tot het moment waarop de aanslagen van de fiscale partners onherroepelijk vaststaan. Bij navordering mogen fiscale partners een andere verdeling kiezen, voor zover de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen niet is opgenomen in de onherroepelijk vaststaande aanslagen (KG:202:2023:18).
NB: de Staatssecretaris van Financiën heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraken van Hof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1090 en Hof ’s-Hertogenbosch 21 februari 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:515.