Ga verder naar content

Vennootschapsbelasting, juridische afsplitsing; toepassing artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Geldig vanaf 8 mei 2021
Geldig vanaf 8 mei 2021

Vennootschapsbelasting, juridische afsplitsing; toepassing artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Besluit 2021-5953

Voorafgaande besluiten
BLKB2015/33M

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 08-05-2021]

De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat het beleid voor de juridische afsplitsing in de vennootschapsbelasting en vervangt het besluit van 27 januari 2015, BLKB2015/33M, Stcrt. 2015, 3135 .

Gewijzigd is de regeling voor afsplitsingen waarbij negatieve winst wordt behaald. Dergelijke afsplitsingen zijn niet langer uitgezonderd van de door het besluit aan de inspecteur verleende algemene toestemming. Aan de door het besluit gestelde voorwaarden voor fiscale begeleiding is voor gevallen van negatieve winst een voorwaarde 12 toegevoegd, met een toelichting in paragraaf 6. Ook is de toelichting op de voorwaarden van paragraaf 6 bij voorwaarde 8 aangevuld met een verduidelijking op het punt van de zogenoemde houdsterverliezen. Aangeven wordt dat de winstsplitsing van voorwaarde 8 niet kan meebrengen dat een houdsterverlies, dat zonder toepassing van deze voorwaarde niet verrekenbaar is, door toepassing van de voorwaarde verrekenbaar wordt. Verder zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht. Zo zijn bijvoorbeeld de paragrafen over terugwerkende kracht bij afsplitsing naar Nederlands recht en terugwerkende kracht bij afsplitsing naar buitenlands recht samengevoegd in paragraaf 4.1.

1. Inleiding

De juridische afsplitsing wordt geacht een overdracht te zijn (artikel 14a, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting1969). In eenvoudige gevallen geldt voor de winst die daardoor wordt behaald een faciliteit direct op grond van de wet (artikel 14a, tweede lid). In andere gevallen kan ik de inspecteur toestaan onder het stellen van voorwaarden een faciliteit te verlenen (artikel 14a, derde lid).

In de paragrafen 2 tot en met 6 van dit besluit staat mijn beleid voor de toepassing van artikel 14a. Hier wordt onder andere ingegaan op de voorwaarden die in het algemeen worden gesteld bij de toepassing van artikel 14a, derde lid. Deze voorwaarden zijn opgenomen in bijlage 1 van dit besluit. Met nadruk wijs ik erop dat het algemene karakter van de voorwaarden meebrengt dat de voorwaarden worden gewijzigd of aangevuld al naar gelang de bijzondere omstandigheden van het geval.

In paragraaf 7 wordt onder andere een algemene toestemming verleend aan de inspecteur tot het afdoen van bepaalde verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid. Paragraaf 7 bevat verder instructies voor de afdoening van verzoeken die wel en die niet onder de algemene toestemming vallen.

Paragraaf 8 bevat het beleid voor het meegeven van verliezen van de afsplitsende rechtspersoon aan de verkrijgende rechtspersoon, wanneer als rechtstreeks gevolg van een juridische afsplitsing de belastingplicht van de afsplitsende rechtspersoon eindigt.

In paragraaf 9 is het beleid opgenomen over te laat ingediende verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid.

Paragraaf 10 bevat de intrekking van het besluit van 27 januari 2015, BLKB2015/33M. Paragraaf 11 geeft tot slot aan met ingang van welke datum dit besluit in werking treedt.

De goedkeuringen opgenomen in dit besluit zijn gebaseerd op de bevoegdheid mij verleend in artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen

2. Systematiek van de regeling

3. Nadere omschrijving wettelijke begrippen

3.1. Overgang onder algemene titel in het kader van een afsplitsing

3.2. Winst

3.3. Ontgaan of uitstellen van belastingheffing

3.4. Verkrijgende rechtspersoon is gevoegde dochtermaatschappij

4. Terugwerkende kracht afsplitsing

4.1. Goedkeuring en voorwaarden

Goedkeuring

4.2. Geen terugwerking voor zover geen fiscale faciliteit

5. Bijzondere situaties

5.1. In een buitenlandse vaste inrichting geleden, nog in te halen verliezen

5.2. De afsplitsende rechtspersoon heeft een opwaarderingsreserve gevormd in de zin van artikel 13ba, Wet Vpb1969

5.3. Afsplitsende rechtspersoon behoudt subjectgebonden aanspraken

6. Toelichting op de voorwaarden

Voorwaarde 1: Vermogen dat verdwijnt of het bereik van de vennootschapsbelasting verlaat

7. Formele aspecten van de indiening en afhandeling van verzoeken om een fiscaal geruisloze afsplitsing

7.1. Indiening verzoeken

7.2. Omvang algemene toestemming aan de inspecteur

7.3. Afdoening verzoeken die onder de algemene toestemming vallen; te stellen voorwaarden

7.3.1. Het verzoek wordt ingewilligd

7.3.2. het verzoek wordt afgewezen

7.3.3. Het verzoek wordt ingewilligd onder het stellen van een afwijkend afsplitsingstijdstip

7.4. Verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen

7.5. Gelijktijdige toepassing artikel 3.65 van de Wet IB 2001

7.6. Samenloop verzoeken artikel 14a en artikel 15, Wet Vpb1969

8. Meegeven van verliezen bij einde belastingplicht afsplitsende rechtspersoon

8.1. Algemeen

8.2. Goedkeuring en voorwaarden

A. Vereisten voor goedkeuring

8.3. Indiening verzoeken

8.4. Toestemming aan de inspecteur

8.5. Verzoeken die niet onder toestemming vallen

9. Te laat ingediende verzoeken

9.1. Algemeen

9.2. Goedkeuring en voorwaarden

9.3. Indiening verzoeken

9.4. Toestemming aan de inspecteur

10. Ingetrokken regeling

11. Inwerkingtreding

Bijlage 1. (besluit nr. 2021-5953)

Bijlage 2. (besluit nr. 2021-5953)

Bijlage 3. (besluit nr. 2021-5953)

Bijlage 4. (besluit nr. 2021-5953)

Bijlage 5. (besluit nr. 2021-5953)

Bijlage 6. (besluit nr. 2021-5953)

Bijlage 7. (besluit nr. 2021-5953)