Home

Hoge Raad, 18-12-1985, AW8133, 22 937

Hoge Raad, 18-12-1985, AW8133, 22 937

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 1985
Datum publicatie
9 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:HR:1985:AW8133
Formele relaties
Zaaknummer
22 937
Relevante informatie
6.33 IB, 5 VPB, 6 VPB, 16 VPB, 5b AWR

Inhoudsindicatie

Uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een algemeen belang beogen.

Uitspraak

ARREST

gewezen op het beroep in cassatie van de erfgenamen van X, gewoond hebbende te Z en aldaar overleden op 21 april 1977 en van de Stichting Y te W, gemeente Z, tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 januari 1984 betreffende de aan belanghebbenden ter zake van de hierna te noemen verkrijgingen opgelegde aanslagen in het recht van successie.

1. Aanslagen en bezwaar

Aan belanghebbenden zijn wegens hun verkrijgingen uit de nalatenschap van erflater aanslagen in het recht van successie opgelegd welke, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur zijn verminderd, wat de Stichting Y betreft tot een aanslag ten bedrage van f p, berekend naar een verkrijging van f q.

2. Geding voor het Hof

Belanghebbenden zijn van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft als vaststaande aangemerkt:

De erflater, geboren in 1885, heeft omstreeks 1930 een alternatief muziekschrift ontworpen onder de naam C-notatie, dat hij vervolgens met een aantal medewerkers heeft gepropageerd ter vervanging van het gangbare muziekschrift. Daartoe heeft hij in 1931 een instituut opgericht, bestaande uit een muziekuitgeverij, waarin in C-notatie gedrukte muziekstukken werden uitgegeven, en een afdeling waarin door het verzorgen van lessen en het daarbij verschaffen van muziekboeken en lesmateriaal van de uitgeverij werd getracht de muziekbeoefening met behulp van C-notatie ingang te doen vinden.

Na een gestage groei werkten in dit instituut - dat voor de toepassing van de Wet IB '64 als een onderneming werd aangemerkt - in 1956 ongeveer 50 personen. Vanaf medio 1977 zijn de activiteiten van voormeld instituut voortgezet door de Stichting. In de jaren 1977-1980 stonden er nog ongeveer 30 personen op de loonlijst, onder wie een aantal part-timers. De omzet van de onderneming beliep in 1980 f r.

Winsten heeft de onderneming nimmer opgeleverd. De erflater, die als directeur van een fabriek een goed inkomen genoot en die over een omvangrijk vermogen beschikte, paste de kosten van de onderneming bij en bracht de verliezen op zijn overige inkomen in mindering.

...

Statuten van de stichting:

Stichting Y

Naam, Zetel en Doel.

Art. 1. De stichting draagt de naam: "Stichting Y''. Zij is gevestigd te W, gemeente Z.

Art. 2.

1. De stichting heeft ten doel de bevordering van de muziekbeoefening in Nederland door een zo groot mogelijk aantal personen.

2. Zij tracht dit doel te bereiken door het propageren van een nieuwe methode voor muziekschrift en van het gebruik van machines om muziek te schrijven.

3. Ter bevordering van haar doel kan zij evenbedoelde machines, uitvindingen op dit gebied, alsmede licenties van daarop betrekking hebbende octrooien aankopen respectievelijk leveren, muziekwerken uitgeven en instrumenten ter beschikking stellen, een en ander in de ruimste zin genomen.

4. Bij haar activiteiten mag zij nimmer het maken van winst beogen; eventueel toch behaalde voordelen wendt zij aan ter bevordering van haar doel.

Geldmiddelen.

Art. 3. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:

a. het bij haar oprichting afgezonderde vermogen;

b. hetgeen de stichting door erfstelling, legaat, schenking of op enige andere wijze verkrijgt;

c. de inkomsten uit het vermogen der stichting.

Wijziging van de Statuten.

Ontbinding van de Stichting.

Art. 9.

1. Besluiten tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de stichting kunnen alleen genomen worden in een speciaal tot dit doel belegde bestuursvergadering en met drie/vierde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden tegenwoordig zijn.

Art. 10.

1. Na ontbinding van de stichting geschiedt de vereffening van haar vermogen door het bestuur. Gedurende de vereffening blijven de statuten van de stichting voor zover mogelijk van kracht.

2. Het bestuur bepaalt welke bestemming, na betaling van alle schulden, aan de overgebleven bezittingen van de stichting wordt gegeven, met dien verstande dat het saldo moet worden besteed voor een doel, dat het doel van de stichting zoveel mogelijk nabij komt''.

Het Hof heeft het geschil als volgt omschreven:

Het geschil betreft de vraag of de Stichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een algemeen maatschappelijk belang beoogt, volgens art. 24, sub I, voorlaatste alinea, Succ. '56 medebrengende dat het successierecht ter zake van de verkrijging door deze stichting wordt geheven naar het tarief van 10 percent; belanghebbenden beantwoorden deze vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend.

Het Hof heeft met betrekking tot de standpunten van partijen vermeld:

dat partijen hun vorenomschreven standpunten doen steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in het beroepschrift, onderscheidenlijk het vertoogschrift, en in elks aandeel in de voormelde briefwisseling alsook wat belanghebbenden betreft in de pleitnota, welker inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt;

dat partijen aan hun aldus gegeven uiteenzettingen ter zitting het navolgende hebben toegevoegd:

belanghebbenden: met het Instituut Y werd niet beoogd als bedrijf aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen om winst te maken; wel is dit Instituut, evenals later de Stichting, zowel voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting als voor de omzetbelasting als onderneming beschouwd; de potentie om winst te maken is echter niet aanwezig: indien voor de geleverde prestaties hogere prijzen worden bedongen, zou dit de afnemers afschrikken en zou de markt nog kleiner worden dan zij al is; de prijsregeling wordt in de pleitnota ten onrechte aan het Bureau voor Muziekauteursrecht toegedicht, doch is de regeling van de Prijzenwet;

de Inspecteur: de in de pleitnota genoemde instellingen die door de belastingadministratie worden aangemerkt als instellingen van algemeen nut zijn niet vergelijkbaar met de Stichting; alleen het advertentiebudget wijst daar al op: bij de Stichting Y beliep dit in het boekjaar 1979/1980 f a, bij de in de pleitnota genoemde stichtingen niet meer dan 1 % daarvan per jaar; materieel is de situatie door het overlijden van de erflater niet gewijzigd: de privé-onderneming heeft alleen de stichtingsvorm gekregen en de tendens van een teruglopende omzet heeft zich voortgezet.

Het Hof heeft omtrent het geschil overwogen:

dat onder de in art. 24, sub I, voorlaatste alinea van de Successiewet 1964 - hierna: de Wet - bedoelde, uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een algemeen maatschappelijk belang beogende rechtspersonen zijn te verstaan lichamen, wier doelstelling een werkzaamheid betreft welke op zich zelf uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen belang raakt;

dat uit de vaststaande feiten volgt dat de Stichting de in art. 2 van haar Statuten omschreven doelstelling tracht te verwezenlijken door te bevorderen dat mensen van wie moet worden verwacht dat zij met het gangbare muziekschrift niet tot muzikale activiteiten komen, met behulp van C-notatie muziek gaan vertolken en daartoe in C-notatie gedrukte muziek uitgeeft en lessen organiseert, gericht op de praktische toepassing van dit muziekschrift;

dat in het algemeen bij het ontwikkelen van begaafdheden die de muziekbeoefening mogelijk maken voorop staat te voorzien in de behoeften van diegenen bij wie zodanige begaafdheden aanwezig zijn; dat de ter verwezenlijking van een zodanige doelstelling verrichte activiteiten dan ook niet werkzaamheden betreffen welke op zich zelf uitsluitend of nagenoeg uitsluitend rechtstreeks het algemeen belang raken, zij het dat dit belang daarbij wel zijdelings kan zijn betrokken;

dat dit niet anders wordt doordat, gelik in casu, de doelstelling van het betrokken lichaam is gericht op het met behulp van een ander dan het gangbare muziekschrift ontwikkelen van muzikale begaafdheden van mensen van wie moet worden verwacht dat zij met het gangbare muziekschrift niet tot muzikale activiteiten komen: dat immers dit andere muziekschrift de bij het ontwikkelen van muzikale begaafdheden gebezigde methode betreft en deze methode op zich het bevorderen van de muziekbeoefening door zulke personen niet tot een werkzaamheid maakt die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend rechtstreeks het algemeen belang raakt;

dat de gemachtigde van belanghebbenden nog heeft gesteld dat enige in de pleitnota genoemde, door hem in vergelijking met de Stichting als soortgelijke doch met een ander beperkt algemeen nuttig doel aangemerkte lichamen, door de belastingdienst wel worden aangemerkt als onder art. 24, sub I, voorlaatste alinea, van de Wet vallende lichamen; dat het Hof deze stelling aldus verstaat dat belanghebbende van mening is dat het gelijkheidsbeginsel dient mede te brengen dat op de onderwerpelijke verkrijging het in voormelde wetsbepaling genoemde tarief dient te worden toegepast;

dat dit beroep belanghebbenden niet kan baten, nu deze door hun gemachtigde genoemde lichamen, beoordeeld naar de doelstelling en feitelijke werkzaamheden van deze lichamen, gelijk door de Inspecteur voldoende gemotiveerd is gesteld en door de gemachtigde van belanghebbenden niet, althans onvoldoende is weersproken, in het geheel niet soortgelijk zijn met de Stichting.

Het Hof heeft op die gronden de uitspraak van de Inspecteur ter zake van de verkrijging door de Stichting vernietigd, de aanslag ter zake van die verkrijging verminderd tot een ten bedrage van f t en de uitspraak voor het overige bevestigd.

3. Geding in cassatie

4. Beoordeling van de middelen tot cassatie

5. Na cassatie

6. Beslissing