Home

Hoge Raad, 08-10-2021, ECLI:NL:HR:2021:1472, 20/02890

Hoge Raad, 08-10-2021, ECLI:NL:HR:2021:1472, 20/02890

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 oktober 2021
Datum publicatie
8 oktober 2021
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1472
Formele relaties
Zaaknummer
20/02890

Inhoudsindicatie

Aftrek hypotheekrente gezamenlijke eigen woning in België. Art. 7.8 en art. 2.17 Wet IB 2001. Negatieve inkomsten uit eigen woning vormen geen gemeenschappelijk inkomensbestanddeel indien slechts een van de echtgenoten een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is. Geen strijd met Europees recht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/02890

Datum 8 oktober 2021

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] , België (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 juli 2020, nr. 20/001091, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 18/4116), betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.A.H.M. de Moor, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 24 maart 2021 geconcludeerd tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.2

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Uitgangspunten in cassatie

2.1

Belanghebbende is gehuwd. Zij woont met haar echtgenoot in België. Belanghebbende en de echtgenoot zijn ieder voor de onverdeelde helft eigenaar van een in België gelegen woning. Voor de aankoop van de woning hebben zij een hypothecaire geldlening afgesloten. De woning is een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet IB 2001.

2.2

Belanghebbende was in 2015 in dienstbetrekking werkzaam in Nederland en genoot een loon van € 71.605. De echtgenoot is gepensioneerd en genoot in dat jaar inkomsten uit vroegere dienstbetrekking en een AOW-uitkering tot een bedrag van in totaal € 21.601. Deze inkomsten van de echtgenoot zijn uitsluitend belast in België.

2.3

In haar aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2015 heeft belanghebbende vermeld dat zij een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is in de zin van artikel 7.8, lid 6, Wet IB 2001. Voorts heeft zij het gehele bedrag van de door haar en de echtgenoot in 2015 betaalde hypotheekrente van € 11.114, verminderd met het gehele bedrag van het voor de woning geldende eigenwoningforfait, in aftrek gebracht op haar in Nederland belaste inkomsten. De Inspecteur heeft de helft van dat bedrag in aanmerking genomen.

2.4

De echtgenoot van belanghebbende heeft in zijn voor het jaar 2015 ingediende aangifte in de Belgische personenbelasting een bedrag van € 5.557 aan betaalde hypotheekrente vermeld, maar dat heeft niet tot een te effectueren aftrekpost geleid.

3 De procedure voor het Hof

3.1

Voor het Hof was onder meer in geschil of de beperking van de aftrek bij belanghebbende tot 50 procent van de negatieve inkomsten uit eigen woning in strijd is met het recht van de Europese Unie. Belanghebbende betoogde dat die strijdigheid is gelegen in de omstandigheid dat gehuwde buitenlands belastingplichtigen in Nederland niet zonder meer kwalificeren als partners, in tegenstelling tot binnenlands belastingplichtigen, en dat daardoor de beperking van de aftrek een verboden discriminatie naar woonplaats oplevert en een eveneens verboden beperking van het vrije verkeer van werknemers.

3.2

Het Hof heeft geoordeeld dat de echtgenoot in België een inkomen geniet dat zodanig hoog is dat in België rekening kan worden gehouden met zijn fiscale draagkracht en daarmee met zijn persoonlijke en gezinssituatie, en dat dus niet het gezamenlijke gezinsinkomen van belanghebbende en de echtgenoot nagenoeg geheel in Nederland wordt verworven. Uit het arrest Zurstrassen volgt dat Nederland dan niet verplicht is om belastingvoordelen die gelden voor partners die beiden binnenlands belastingplichtig zijn, ook toe te passen bij belanghebbende en de echtgenoot. Van verboden discriminatie is dus geen sprake, aldus het Hof.

4 Beoordeling van de klachten

5 Proceskosten

6 Beslissing