Rechtbank Noord-Holland, 01-08-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:13896, AWB - 21 _ 2478
Rechtbank Noord-Holland, 01-08-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:13896, AWB - 21 _ 2478
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 1 augustus 2023
- Datum publicatie
- 29 januari 2024
- Zaaknummer
- AWB - 21 _ 2478
- Relevante informatie
- Art. 7:6 Adw, Art. 8:2 Adw
Inhoudsindicatie
douane; indeling van staalkabels die worden gemonteerd tot onkruidpluggen die worden beplaatst op veegwagens/veegmachines.
Uitspraak
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 21/2478
(gemachtigde: mr. B.J.B. Boersma),
en
Procesverloop
Verweerder heeft met dagtekening 14 juli 2020 aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt ten bedrage van € 20.876,44 aan meer verschuldigde definitieve antidumpingrechten.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 6 mei 2021 de bezwaren tegen bovengenoemde utb gedeeltelijk gegrond verklaard en de utb verminderd met € 1.704,40 tot € 19.172,04.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Bij brief van 24 juni 2021 heeft eiseres een nadere toelichting gronden beroep ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en stukken overgelegd.
Eiseres heeft bij brief van 9 mei 2023 een aanvulling nadere toelichting gronden beroep aan de rechtbank toegezonden, die bij brief van 12 mei 2023 is aangepast. Van deze stukken is een afschrift verstrekt aan de tegenpartij.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 mei 2023 te Haarlem.
De zaak is gevoegd behandeld met de zaken HAA 21/1961 en HAA 21/1962 van [bedrijf] B.V., (hierna: [bedrijf] ) tegen de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Groningen (hierna: BD Groningen).
Namens [bedrijf] zijn verschenen [naam 1] ( [functie 3] van eiseres en [bedrijf] ) en
[naam 2] ( [functie 1] van [bedrijf] ). Namens eiseres is ook verschenen
[naam 3] ( [functie 2] ). Zij zijn bijgestaan door [naam 4] en [naam 5] BBA, kantoorgenoten van de gemachtigden van beide eiseressen.
Verweerder is vertegenwoordigd door mr. [naam 6] . BD Groningen is vertegenwoordigd door mr. [naam 7] en mr. [naam 8] .
Aan het einde van de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst. In de zaken HAA 21/1961 en HAA 21/1962 van [bedrijf] zal heden separaat uitspraak wordt gedaan.
Overwegingen
Feiten
1. Douane-expediteur [naam 9] B.V. (hierna: de expediteur) heeft op 15 januari 2020 als direct vertegenwoordiger van eiseres aangifte gedaan voor het brengen in het vrije verkeer van delen van machines voor het strooien of verspreiden van meststoffen onder Taric-code: 8432 9000 00.
2. Op 23 januari 2020 heeft een fysieke controle plaatsgevonden. Tijdens deze controle heeft verweerder diverse foto’s van de goederen gemaakt en twee monsters genomen, die voor een technische analyse naar het Douanelaboratorium zijn gestuurd.
3. Het Douane Laboratorium heeft bij schrijven van 18 maart 2020 aan verweerder onder andere het volgende medegedeeld:
“Bij onderzoek bevonden:
Omschrijving van het artikel: kabel
De kabel is van staal, is niet voorzien van eind- of hulpstukken, heeft een lengte van ca. 28,5 cm van en een dikte van ca. 21,4 mm. De kabel is een onderdeel van een zgn. wiedmachine.
(…)
Het artikel voldoet aan aantekening 1d op hoofdstuk 72 en aan de omschrijving van een kabel, zoals genoemd in de Toelichting IDR op post 7312.
Geadviseerd wordt het artikel in te delen als een kabel, niet bekleed, met een dikte van 12 doch niet meer dan 24 mm, van staal, zoals bedoeld bij onderstaande goederencode.
(…)
GN-code Taric (…)
ond.verd. (…)
advies goederencode: 7312.1083 1”
4. Het Douane Laboratorium heeft bij schrijven van 4 mei 2020 aan verweerder onder andere het volgende medegedeeld:
“Bij onderzoek bevonden:
Omschrijving van het artikel: huls
De huls is van staal, aan 1 kant schuin afgesneden, hol van binnen met een lasnaad aan de binnenzijde en heeft een lengte (langste zijde) van ca. 8 cm en een diameter van ca. 30 mm. De huls is een onderdeel van een zgn. wiedmachine.
(…)
Het artikel voldoet aan aantekening 1d op hoofdstuk 72 en aan de omschrijving van een buis, zoals genoemd in de Toelichting IDR op post 7306.
Geadviseerd wordt het artikel in te delen als een gelaste buis, met een uitwendige diameter van niet meer dan 168,3 mm, van niet verzinkt staal, zoals bedoeld bij onderstaande goederencode.
(…)
GN-code Taric (…)
ond.verd. (…)
advies goederencode: 7306.3077 80”
5. Verweerder heeft vervolgens naar aanleiding van deze bevindingen op 14 juli 2020 de in het procesverloop vermelde utb opgelegd ter hoogte van in totaal € 20.876,44 aan antidumpingrechten. Daarbij is uitgegaan van een indeling van de hulzen onder Taric-code 7306 3077 80 en van de kabels onder Taric-code 7312 1083 19.
6. In de uitspraak op bezwaar heeft verweerder vermeld dat de staalkabels en hulzen/bussen ten onrechte afzonderlijk zijn ingedeeld. Op grond van indelingsregel 2a dient de bus te worden ingedeeld onder dezelfde post als het stuk staalkabel, aldus verweerder. Hierdoor is de utb met een bedrag van € 1.704,40 te hoog vastgesteld en dient te worden verlaagd tot € 19.172,04.
Geschil
7.
In geschil is de indeling van nog te monteren staalkabels met een lengte van 285 millimeter en een doorsnede van 21,4 millimeter en hulzen (bussen) van staal aan één kant schuin afgesneden met een lengte van 80 millimeter aan de langste zijde en een diameter van 30 millimeter.
Niet is in geschil dat de nog te monteren staalkabels en bussen in gelijke hoeveelheden zijn ingevoerd en dat ze na invoer worden gemonteerd tot zogenoemde onkruidpluggen.
Voorts is niet in geschil dat de onkruidpluggen zijn bestemd om te worden gemonteerd op een onkruidborstel voor een veegauto, veegwagen of wiedmachine.
Partijen zijn het erover eens dat op grond van indelingsregel 2a de kabels en hulzen tezamen als onkruidpluggen ingedeeld dienen te worden. De rechtbank volgt partijen hierin.
8. Ter zitting heeft eiseres medegedeeld dat zij de oorspronkelijk door haar voorgestane indeling onder GS-post 8432 en/of 8479 heeft laten vallen en dat zij thans primair het standpunt inneemt dat de onkruidpluggen moeten worden ingedeeld in GS-post 8708, als deel van een veegauto.
Eiseres verwijst ter onderbouwing van haar primaire standpunt naar het arrest van het Hof van Justitie van 9 maart 2023, C-725/21, Someo S.A. (ECLI:EU:C:2023:194) (hierna: Someo-arrest). Uit dit arrest volgt dat voor hoofdstuk 84, 85 en 90 geldt dat goederen kwalificeren als delen indien de mechanische of elektronische werking van de machine/het apparaat afhangt van de aanwezigheid van het deel. Voor delen van goederen/artikelen die niet in hoofdstuk 84, 85 of 90 worden ingedeeld, geldt dat volgens eiseres echter niet. In rechtsoverweging 33 is namelijk expliciet vermeld dat de voorwaarde dat de werking afhankelijk moet zijn van de aanwezigheid van een bepaald deel, slechts van toepassing is voor de hoofdstukken 84, 85 en 90. Voor andere hoofdstukken kan worden volstaan met het aantonen dat de functie van het goed afhankelijk is van dat deel. Omdat de veegauto wordt ingedeeld in hoofdstuk 87, geldt voor de delen van een veegauto dus dat ze noodzakelijk moeten zijn voor de functie van de veegauto en niet voor de werking van de veegauto. Omdat de veegauto de functie ‘vegen’ niet kan uitoefenen zonder de onkruidpluggen dienen de onkruidpluggen te worden ingedeeld als deel van een veegauto van GS-post 8708.
Subsidiair stelt eiseres dat de onkruidpluggen als gerede knotten voor borstelwerk een deel vormen van onkruidborstels. Deze borstels vallen onder post 9603 9099 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) als niet-gemonteerde bosjes van haar, van plantaardige vezels of van andere stoffen, gereed om, zonder verdeling, te worden gebruikt voor de vervaardiging van kwasten, van penselen of van dergelijke artikelen of die, om voor dit doel geschikt te zijn, slechts een weinig aanvullende bewerking moeten ondergaan zoals het bijknippen of slijpen van de boveneinden van de bosjes.
Meer subsidiair stelt eiseres dat de onkruidpluggen vallen onder post GN-code 7312 9000 als lengen.
Nog meer subsidiair stelt eiseres dat de onkruidpluggen vallen onder GN-code 7326 2000 als andere werken van ijzer of staal (werken van staaldraad).
Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de utb, veroordeling van verweerder in de kosten van de bezwaar- en beroepsprocedure en toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
9. Verweerder stelt dat de onkruidpluggen op basis van de indelingsregels 1, 2a en 6 ingedeeld kunnen worden in Taric-code 7312 1083 19.
De staalkabels en bussen zijn bestemd om na invoer aan elkaar te worden bevestigd tot onkruidpluggen. Het gaat dan om losse artikelen die in nog te monteren staat worden aangeboden. Op grond van indelingsregels 1, 2a en 6 dienen de goederen te worden ingedeeld onder GS-post 7312. In de toelichting op de post is aangegeven dat een staalkabel ook mag zijn voorzien van een eindstuk als een bus. Verweerder vindt steun voor zijn standpunt in de conclusie van het Comité Douanewetboek (184e vergadering). In die vergadering heeft het Comité een complete onkruidplug ingedeeld onder Taric-code 7312 1083 19 (staalkabels).
Een onkruidplug is onderdeel van een onkruidborstel die deel uitmaakt van een wiedmachine. Een complete borstel als deel van een machine moet worden ingedeeld onder post 9603. Deze post kent geen onderverdeling voor “delen”. Delen van een borstel moeten daarom naar hun aard en samenstelling worden ingedeeld. De goederen blijven artikelen voor algemeen gebruik, want het is een kabel. Daardoor is indeling als deel van een machine van Hoofdstuk 84 uitgesloten. Verweerder verwijst naar aantekening 1, aanhef en onder g van afdeling XVI en aantekening 2, aanhef en onder a op Afdeling XV.
De onkruidpluggen kunnen niet worden aangemerkt als delen van een veegauto in de zin van de GN, omdat hiervoor is vereist dat de mechanische of elektronische werking van de veegwagen afhankelijk is van de onkruidplug. Verweerder verwijst naar de uitspraak van het Hof van Justitie van 19 juli 2012, C-336/11, Rohm & Haas (ECLI:EU:C:2012:500). Het door eiseres genoemde Someo-arrest benadrukt dit volgens verweerder. Het bestemmingscriterium is in dit geval niet relevant, omdat de goederen op basis van objectieve kenmerken en eigenschappen kunnen worden ingedeeld.
Indeling onder GS-post 9603 als gerede knot voor borstelwerk is volgens verweerder niet mogelijk. In aantekening 3 op hoofdstuk 96 is de gerede knot gedefinieerd. Onder andere omdat de goederen kabels zijn die bestaan uit in elkaar gedraaide strengen die ieder weer bestaan uit in elkaar gedraaide staaldraden en geen bosjes van staaldraad zijn én de hulzen nog moeten worden gemonteerd, is niet voldaan aan de definitie voor bosjes. De goederen zijn niet gereed om te worden gebruikt voor de vervaardiging van kwasten etc.
De onkruidpluggen kunnen voorts niet worden ingedeeld als leng onder GN-code 7312 9000 omdat het geen kabel is met een strop of lus en dus niet geschikt is om goederen op te tillen of te hijsen.
De onkruidpluggen kunnen voorts niet worden ingedeeld als andere werken van ijzer of staal, meer in het bijzonder als staaldraad onder GN-code 7326 2000, omdat de goederen als kabels van GS-post 7312 kunnen worden ingedeeld. Post 7312 heeft voorrang boven de algemene (rest)post 7326.
Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep en wijst er in verband met de vergoeding van immateriële schade op dat eiseres op 26 november 2020 zelf heeft gevraagd om opschorting van de procedures, waaruit voortvloeit dat de bezwaarprocedure binnen een redelijke termijn is afgerond.
10. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.