Rechtbank Noord-Nederland, 24-10-2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4366, LEE 24/1890
Rechtbank Noord-Nederland, 24-10-2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4366, LEE 24/1890
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2024
- Datum publicatie
- 27 februari 2025
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2025:8460, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- LEE 24/1890
- Relevante informatie
- Art. 51 WA
Inhoudsindicatie
Op een binnenvaartschip wordt een wietplantage aangetroffen. De plantage wordt van energie voorzien met generatoren. De generatoren draaien op rode diesel.
Aan de huurder van het schip is een naheffingsaanslag opgelegd wegens het voorhanden hebben of gebruik van de rode diesel. De huurder stelt dat hij niets wist van de wietplantage en dat hij de huurovereenkomst enkel als katvanger heeft getekend.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht aan de huurder is opgelegd. De getekende huurovereenkomst rechtvaardigt het vermoeden dat de huurder ook daadwerkelijk beschikking had over de ruim van het schip. Dat vermoeden wordt door hetgeen de huurder heeft aangevoerd niet ontzenuwd.
De rechtbank
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/1890
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 24 oktober 2024 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de inspecteur van de Belastingdienst / Douane Noord, de inspecteur
(gemachtigde: mr. [naam 1] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 januari 2024.
De inspecteur heeft aan eiser een naheffingsaanslag accijns en voorraadheffing met datum 14 oktober 2023 opgelegd van in totaal € 4.237 wegens het voorhanden hebben of gebruik van minerale oliën waaraan een herkenningsmiddel is toegevoegd. Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur eiser € 335 belastingrente in rekening gebracht.
De inspecteur heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiser heeft voor de zitting nadere stukken ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 2 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, en namens de inspecteur zijn gemachtigde en mr. [naam 2] .