Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-11-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7344, 22/3966

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-11-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7344, 22/3966

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
3 november 2023
Datum publicatie
21 november 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:7344
Formele relaties
Zaaknummer
22/3966
Relevante informatie
Art. 27e AWR, Art. 8:45 Awb, Art. 67d AWR

Inhoudsindicatie

Omkering en verzwaring bewijslast, vergrijpboete

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 22/3966 en 22/4009

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 6 juli 2022.

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2017 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. Gelijktijdig heeft de inspecteur belastingrente aan belanghebbende in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking IB/PVV) en een boete aan belanghebbende opgelegd (de boetebeschikking).

1.2.

De inspecteur heeft aan belanghebbende ook een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) voor het jaar 2017 opgelegd en gelijktijdig belastingrente aan hem in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking Zvw).

1.3.

De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslagen, de belastingrentebeschikkingen en de boetebeschikking gehandhaafd.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 22 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen belanghebbende en zijn echtgenote, en [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] namens de inspecteur.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep