Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-11-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7638, BRE - 22 _ 3590

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-11-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7638, BRE - 22 _ 3590

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 november 2023
Datum publicatie
21 november 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:7638
Zaaknummer
BRE - 22 _ 3590
Relevante informatie
Art. 67c AWR, Art. 5 AWR, Art. 20 AWR, Art. 9 Wet OB 1968, Art. 12 Uitv. besl. OB 1968

Inhoudsindicatie

Omzetbelasting, levering paard, toepassing nultarief

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 22/3590

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2023 in de zaak tussen


[belanghebbende] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. M.C.J. Schoenmakers),

en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 24 juni 2022.

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van € 105.000 (de naheffingsaanslag). Bij gelijktijdige beschikkingen heeft de inspecteur aan belanghebbende een boete opgelegd van € 5.278 (de boetebeschikking) en belastingrente in rekening gebracht van € 19.743 (de belastingrentebeschikking).

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar tegen de naheffingsaanslag en de boetebeschikking bij uitspraken op bezwaar ongegrond verklaard. De belastingrentebeschikking is bij uitspraak op bezwaar verminderd tot nihil.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 27 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde, en namens de inspecteur, [inspecteur 1] , mr. [inspecteur 2] en mr. [inspecteur 3] .

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep