Hoge Raad matigt proceskostenvergoeding omdat gemachtigde geen ‘bijzonder geval’ is in de zin van WHpkv

Hoge Raad matigt proceskostenvergoeding omdat gemachtigde geen ‘bijzonder geval’ is in de zin van WHpkv

Gegevens

Nummer
2025/1955
Publicatiedatum
12 december 2025
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1886
Rubriek
Formeel belastingrecht

Vervolg op HR 8 augustus 2025, ECLI:NL:HR:2025:1122, NTFR 2025/1377, betreffende een WOZ-zaak. In dat arrest heeft de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren dat zijn geval wat betreft de proceskosten voor de cassatiefase is aan te merken als een ‘bijzonder geval’ als bedoeld in HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46NTFR 2025/177, zodat hij voor de hoogte van de proceskostenvergoeding niet tegen de beperkingen van de WHpkv aan loopt. Belanghebbende heeft hierop niet gereageerd. De Hoge Raad berekent daarom de proceskosten voor de cassatieprocedure met toepassing van vermenigvuldigingsfactor 0,10 op een bedrag van € 182.}