Geen aftrek premies buitenlandse verzekering wegens ontbreken aanwijzing als toegelaten aanbieder
Geen aftrek premies buitenlandse verzekering wegens ontbreken aanwijzing als toegelaten aanbieder
Gegevens
- Nummer
- 2026/407
- Publicatiedatum
- 16 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomensvoorzieningen en pensioenen
- Relevante informatie
Belanghebbende, een werknemer met de Duitse nationaliteit die sinds 2007 in Nederland woont en werkt, sluit per 1 januari 2013 een verzekering af bij een in Duitsland gevestigde verzekeraar. Over de jaren 2017, 2018 en 2019 betaalt hij premies voor deze verzekering en trekt deze in zijn aangiften IB/PVV af als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. De inspecteur accepteert deze aftrek niet, omdat de verzekeraar niet is aangewezen als toegelaten aanbieder volgens art. 3.126 Wet IB 2001, en corrigeert het belastbaar inkomen voor de betreffende jaren. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waarna belanghebbende in hoger beroep gaat.
In geschil is of belanghebbende de betaalde premies, met een beroep op het vrije verkeer van werknemers of diensten, op grond van art. 3.124 Wet IB 2001 in aftrek kan brengen.
Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de premies niet aftrekbaar zijn, omdat de verzekering niet is afgesloten bij een toegelaten aanbieder als bedoeld in art. 3.126 Wet IB 2001. Het hof overweegt dat de regeling voor de immigrantensituatie (art. 3.126 lid 1 onderdeel c) geen verboden belemmering vormt van het vrije verkeer van werknemers. Belanghebbende woonde en werkte immers al geruime tijd in Nederland toen hij de verzekering afsloot en kon, net als andere binnenlandse belastingplichtigen, kiezen voor een toegelaten aanbieder. Het verschil met de immigrantensituatie is gerechtvaardigd, omdat alleen voor polissen die vóór immigratie zijn afgesloten een uitzondering geldt. Er is dus geen sprake van gelijke gevallen en evenmin van discriminatie. Ook het subsidiaire beroep op het vrije verkeer van diensten faalt. Het vereiste dat een buitenlandse verzekeraar een aanwijzing als toegelaten aanbieder moet aanvragen, levert volgens het hof geen verboden belemmering op, omdat deze eis gerechtvaardigd is om gelijke voorwaarden te waarborgen voor binnen- en buitenlandse verzekeraars. Het hof volgt belanghebbende niet in zijn stelling dat de regeling in strijd is met het EU-recht.
(Hoger beroep ongegrond.)