Belgische regeling die aftrek onderhoudsuitkeringen beperkt in strijd met vrij verkeer van werknemers
Belgische regeling die aftrek onderhoudsuitkeringen beperkt in strijd met vrij verkeer van werknemers
Gegevens
- Nummer
- 2026/451
- Publicatiedatum
- 25 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Internationaal en Europees
- Relevante informatie
BX is fiscaal inwoner van België en oefent naast zijn werkzaamheden als bedrijfsleider in België werkzaamheden uit in Luxemburg en Frankrijk en ontvangt hij inkomsten in die landen. De inkomsten uit Franse bron bestaan uit een salaris als ambtenaar, omdat BX in dat land hoogleraar aan de universiteit is. Overeenkomstig het Belgisch-Franse belastingverdrag worden de inkomsten uit Franse bron in Frankrijk belast en zijn zij vrijgesteld van de personenbelasting in België. BX betaalt onderhoudsuitkeringen, die naar Frans recht ‘pensions alimentaires’ worden genoemd, aan zijn dochter en zijn voormalige echtgenote, die in België wonen. Hij heeft voor de aanslagjaren 2020 en 2021 in België aangiften voor de personenbelasting ingediend en in die aangiften al zijn inkomsten en betaalde onderhoudsuitkeringen vermeld. Bij de vaststelling van het bedrag van de door BX voor elk van deze belastingjaren verschuldigde belasting heeft de Belgische belastingdienst hem slechts de aftrek van de betaalde onderhoudsuitkeringen toegestaan naar rato van zijn inkomsten uit Belgische bron. Aangezien zijn oorspronkelijke bezwaren zijn afgewezen, heeft BX bij de verwijzende rechter, beroep ingesteld op grond dat de regel van evenredige verdeling van de aftrekbare onderhoudsuitkeringen tussen inkomsten uit Belgische en uit buitenlandse bron, die van die belasting zijn vrijgesteld, in strijd is met art. 45 VWEU. Deze rechter heeft het HvJ prejudiciële vragen gesteld. Volgens het Hof is de Belgische beperking op de aftrek van onderhoudsuitkeringen voor belastingplichtigen die hun inkomen grotendeels in het buitenland verwerven, strijdig met het vrije verkeer van werknemers (art. 45 VWEU). Het Hof concludeert dat een dergelijke fiscale regeling grensoverschrijdende werknemers benadeelt in vergelijking met werknemers die enkel in België werken en dat er voor die benadeling geen objectieve rechtvaardiging bestaat.