Niet-gecorrigeerd verzamelinkomen bindend voor toepassing ouderenkorting
Niet-gecorrigeerd verzamelinkomen bindend voor toepassing ouderenkorting
Gegevens
- Nummer
- 2026/765
- Publicatiedatum
- 18 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Internationaal en Europees
- Relevante informatie
Belanghebbende woont in 2021 van januari tot april in Nederland en daarna in Frankrijk. In de binnenlandse periode is hij verzekerd voor de volksverzekeringen en in de buitenlandse periode wordt hij niet als kwalificerend buitenlands belastingplichtige aangemerkt. Zijn totale inkomsten in 2021 bedragen € 66.981, waarvan € 16.745 in Nederland is genoten en € 50.236 in Frankrijk. Op de aanslag staat een verzamelinkomen van € 16.745 vermeld en is geen ouderenkorting toegekend. In geschil is of, en zo ja tot welk bedrag, belanghebbende recht heeft op de ouderenkorting. Het hof oordeelt, in lijn met de rechtbank, dat voor het bepalen van de hoogte van het verzamelinkomen in beginsel het wereldinkomen in de binnenlandse periode en het Nederlandse inkomen in de buitenlandse periode bepalend zijn. Het inkomen uit de buitenlandse periode kwalificeert als belastbaar inkomen uit werk en woning in Nederland volgens art. 7.2 Wet IB 2001, ook al is het heffingsrecht op grond van het belastingverdrag aan Frankrijk toegewezen. Het hof verwijst naar HR 22 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:470, ) en stelt dat objectvrijgestelde inkomsten op grond van een verdrag niet buiten beschouwing blijven bij het verzamelinkomen. In beginsel zou het verzamelinkomen € 66.981 zijn en zou de ouderenkorting daarom nihil zijn. Het hof acht echter doorslaggevend dat op het aanslagbiljet een verzamelinkomen van € 16.745 staat en dat de inspecteur dit niet ambtshalve heeft gecorrigeerd. Omdat het verzamelinkomen op het aanslagbiljet het authentieke inkomensgegeven vormt en direct bepalend is voor de ouderenkorting, moeten de gevolgen van een onjuist verzamelinkomen voor rekening van de inspecteur komen. Het hof bepaalt daarom dat belanghebbende recht heeft op een ouderenkorting van € 427, uitgaande van het verzamelinkomen op de aanslag. Het beroep op het vertrouwensbeginsel hoeft niet meer te worden behandeld.
(Hoger beroep ongegrond.)