FTV 2003, afl. 1 - Een weekje nieuw erfrecht
Aflevering 1, gepubliceerd op 01-01-2003 geschreven door Mr. Bernard M.E.M. ScholsHet lijkt alweer een eeuw geleden, het - als de pastoor zijn Heilige Mis - op hoog tempo binnensmonds voorlezen van de allerlaatste tientallen ouderlijke boedelverdelingen, echter niet in gezelschap van twee misdienaars, doch in gezelschap van twee getuigen met op de valreep van oud naar nieuw erfrecht de mond vol oliebollen. Deze erfrechtelijke folklore bestaat niet meer. Ruim baan voor de 'alles kan, alles mag'-estate planningstestamenten van dertig, veertig kantjes. We hoeven ze door het schrappen van de intellectuele controle der getuigen toch niet meer volledig voor te lezen. De lucht die we overhebben, wordt thuis aangewend om de kleintjes wat extra bladzijden uit Wipneus en Pim voor te lezen. Het is overigens wel wennen, dat passeren van testamenten zonder getuigen; het heeft niet alleen iets ongezelligs, maar geeft ook - zij het volledig ten onrechte - een gevoel van ongeldigheid. Ook hebben we in Nijmegen het Groot Langstlevendebal II net achter de rug. De lege vaten bier hebben we maar niet meer geteld. Soms is het beter om niet achteruit te kijken. In ieder geval is de toon van het nieuwe erfrecht gezet. De eerste overlijdensgevallen onder het nieuwe regime hebben zich reeds voorgedaan. Geen droogzwemmen meer. Het zijn niet meer slechts denkbeeldige casus in een cursus. Om misverstanden te voorkomen, ook al is op 1 januari jongstleden het eerste onder het oude erfrecht van 1838 opgenomen artikel "Erfopvolging heeft alleen door den dood plaats", uit de wet gehaald, dit beginsel geldt nog wel degelijk, al is het maar als 'ongeschreven recht'. Eerst overlijden, dan pas (nieuw) erfrecht. Wanneer iemand dood is, wordt door het nieuwe erfrecht ook niet geregeld. De praktijk redt zich wel. Handboek Van Mourik leert dat de 'hersendood' het erfrechtelijke aanknopingspunt is. Degenen die nog de militaire dienstplicht genoten hebben, spreekt misschien het criterium van Handboek Soldaat meer aan. Men is dood als 'den kop en den romp' meer dan 25 cm gescheiden zijn, en dan ook nog langer dan tien minuten of iets dergelijks.