JBN 1991/25 - De geldigheid van een 'onereuze koop' tussen een ondeskundige en een bij uitstek deskundige
Aflevering 1, gepubliceerd op 01-01-1991 geschreven door W.M. KleynIn het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 1990, RvdW 1990, 187 ging het om een verkoop van de (vroeger) echtelijke woning voor ƒ 77.000,- vrij op naam door Jonker c.s., een weduwe en één van de uit haar huwelijk geboren kinderen (die niet uitblonken door deskundigheid ter zake), aan een handelaar in onroerend goed. Toen Jonker c.s. tot 'beter' inzicht waren gekomen verkochten ze het goed voor ƒ 86.000,- kosten koper aan een ander. De vraag was of de verkopers zonder boete of schadevergoeding van de onroerend goed-handelaar af konden. Zij beriepen zich daarbij o.a. op het feit, dat de bedingen, door koper bedongen, belastend waren voor de verkopers, dat de koopprijs laag was en dat Jonker c.s., zonder enige ervaring met onroerend goed-transacties, het door de koper meegebrachte en door hem ingevulde koopcontract hadden getekend.