JBN 1992/26 - Geheimhouding en verschoningsrecht: brieven en geschriften
Aflevering 2, gepubliceerd op 01-02-1992 geschreven door G.J.C. LekkerkerkerDe grenzen van het verschoningsrecht zijn voor de klassieke geheimhouders en daarmee voor de notaris ruim getrokken. Dit recht wordt niet opzij gezet doordat de cliënt de vertrouwensman ontslaat uit zijn plicht tot geheimhouding. Het recht strekt zich uit wat de notaris betreft tot alle wetenschap die hij in zijn functie heeft verworven. Een onderscheid tussen vertrouwelijke en minder vertrouwelijke gegevens hoeft niet te worden gemaakt, evenmin als een onderscheid tussen wettelijke en buitenwettelijke werkzaamheden. Het verschoningsrecht kan aan de notaris slechts worden ontzegd 'wanneer buiten redelijke twijfel staat, dat met de gevraagde getuigenis niet wordt getreden in de vertrouwenssfeer van zijn ambt' (zie HR 1 maart 1985, NJ 1986, 173 rechtsoverweging 3.5, Maas/Ogem).