JBN 1994/2 - Samenlevingsovereenkomst met verblijvingsbeding een kansovereenkomst
Aflevering 1, gepubliceerd op 01-01-1994 geschreven door A.L.M. SoonsOp 9 augustus 1982 verwerft J.A. Van der Vlies een huis in eigendom. Op 24 augustus 1982 is bij notariële akte een door partijen 'maatschap' genoemde (zie daarover HR 8 juli 1985, NJ 1986, 358) samenlevingsovereenkomst gesloten tussen genoemde Van der Vlies en Pellicaan. Volgens deze overeenkomst bracht ieder van de partijen in de maatschap in zijn volledige kennis, arbeid en vlijt en zijn inkomsten uit arbeid, met uitzondering van de pensioenvoorzieningen, en al zijn goederen en rechten, waaronder bedoeld huis. Ieder van de partijen werd geacht voor de helft gerechtigde te zijn in het vermogen van de maatschap. Tenslotte was in de overeenkomst een verblijvingsbeding opgenomen voor het geval van beëindiging door het overlijden van een der partijen. De langstlevende verkrijgt in dat geval het gehele gemeenschappelijk vermogen zonder gehoudenheid tot vergoeding, maar wel met de verplichting alle gemeenschappelijke schulden voor zijn rekening te nemen.