JBN 1993/117 - Een bijzondere overeenkomst tot uitgifte in erfpacht met de overheid
Aflevering 12, gepubliceerd op 01-12-1993 geschreven door W.G. HuijgenDen Dulk huurde jarenlang een perceel grond aan de Baai-Macolaweg dat eigendom was van het Eilandgebied Curaçao (overheid), waar hij samen met zijn echtgenote het hotel-restaurant 'Bellevue' exploiteerde. In 1988 komt een overeenkomst tot stand tussen het Eilandgebied en Den Dulk tot uitgifte in erfpacht van de grond waarop zijn hotel-restaurant zich bevindt. In 1989 laat het bestuurscollege van het Eilandgebied - in een andere politieke samenstelling - aan Den Dulk bij brief weten dat het terugkomt op de toezegging tot uitgifte in erfpacht. De reden daarvoor is dat de plannen voor het desbetreffende gebied zijn gewijzigd omdat door deze uitgifte in erfpacht het uitbreiden van de haven in de toekomst onmogelijk zou worden gemaakt. Den Dulk vordert daarop nakoming van de overeenkomst en schadevergoeding. Het Eilandgebied bestrijdt overigens dat er een overeenkomst tussen hem en Den Dulk tot stand zou zijn gekomen. Deze stelling doet het Eilandgebied onder meer steunen op het feit dat de inhoud van de overeenkomst nog onvoldoende bepaald zou zijn (grootte en duur van het erfpachtrecht, alsmede de canon stonden nog niet precies vast) en op het feit dat de (contractuele) toezegging aan Den Dulk niet op de voorgeschreven wijze aan Den Dulk ter kennis was gebracht. Artikel 69 Eilandenregeling Nederlandse Antillen bepaalt namelijk dat de gezaghebber is belast met de uitvoering van de besluiten, terwijl in casu - saillant detail - de toezegging tot uitgifte was gedaan door een gedeputeerde in wiens portefeuille zich 'grondzaken' bevond tijdens een bezoek aan het restaurant van Den Dulk. De Hoge Raad is echter van mening dat een overeenkomst tot uitgifte in erfpacht tot stand is gekomen. Anderzijds heeft de hoogste rechter begrip voor het feit dat gewijzigde beleidsinzichten (havenuitbreiding) op grond van onvoorziene omstandigheden (de economische ontwikkeling van Curaçao) met zich mee kunnen brengen dat nakoming van de overeenkomst door Den Dulk niet met succes kan worden gevorderd, maar wel schadevergoeding (zie artikel 6:258 BW).