JBN 1996/40 - Voorlichting over successierechtelijk geschil
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-04-1996 geschreven door A.L.M. SoonsEen klacht over onvoldoende voorlichting door de notaris over een successie-aanslag, oordeelde het Hof ongegrond. De inspecteur had de vermogensovergang op grond van een wederkerig finaal verrekeningsbeding onder de werking van art. 9 Sw gebracht overeenkomstig een kort daarvoor gegeven uitspraak van het Hof Den Haag in een vergelijkbaar geval. De uitspraak werd later door de Hoge Raad gecasseerd. Volgens het Hof was het niet onbegrijpelijk, en in ieder geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris uiteindelijk als zijn mening kenbaar heeft gemaakt dat verdere bestrijding van het standpunt van de inspecteur niet voor de hand lag. Gezien de stand van de belastingrechtspraak en de literatuur viel de notaris tuchtrechtelijk niets te verwijten. Het feit dat de notaris klaagster had geadviseerd met haar fiscaal adviseur te overleggen werd eveneens in het oordeel van het Hof betrokken. In een commentaar worden een paar kanttekeningen bij deze uitspraak geplaatst. Zie ook WPNR 1996/6223 blz. 360