JBN 1997/38 - Het vervolg op de bewoordingen 'mijn echtgenote' in testament
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-04-1997 geschreven door T.J. Mellema-KranenburgBespreking van het arrest van de Hoge Raad van 31 januari 1997, RvdW 1997, 35C inzake de uitleg van de bewoordingen ‘mijn echtgenote’ in een testament. Het Hof heeft de testamentaire beschikkingen ten gunste van K, ex-echtgenote, en haar twee zonen zo uitgelegd dat zijn naar de uit de woorden ‘mijn echtgenote’ afgeleide bedoeling van de erflater ten tijde van het maken van het testament, uitsluitend golden voor de situatie dat hij erflater, op het tijdstip van zijn overlijden nog met K gehuwd zou zijn. Volgens de Hoge Raad miskent het Hof aldus niet dat de rechter volgens de artikelen 4:932 en 4:933 BW eerst indien de bewoordingen van een testament onduidelijk zijn, de bedoeling van erflater mag en moet opsporen. Schrijfster wijdt tot slot nog een opmerking aan de positie van de zonen van K.