JBN 1997/67 - De ouderlijke boedelverdeling en het nieuwe erfrecht
Aflevering 7-8, gepubliceerd op 01-07-1997 geschreven door A.L.M. SoonsVerslag van de inleidingen gehouden op de jaarlijkse JBN-studiemiddag over het wetsvoorstel inzake de nieuwe regeling van de erfrechtelijke positie van de langstlevende echtgenoot en de kinderen in het versterferfrecht. Voor Kleyn was een model ouderlijke boedelverdeling met tenzijclausule, harmonicaclausule en subsidiair keuzelegaat uitgangspunt voor de bespreking van een aantal aspecten van de obv, waarbij hij ook inging op de voorgestelde nieuwe regeling en het overgangsrecht. Van Dijk, de regeringscommissaris voor Boek 4, gaf een kort overzicht van de geschiedenis van de verschillende voorgestelde regelingen in het ab intestaat erfrecht. Van Mourik behandelde de voorgestelde regeling van de erfrechtelijke positie bij versterf van langstlevende echtgenote en kinderen. De volgens Van Mourik belangrijke verbeteringen vergeleken met de obv worden opgesomd. Uitgebreid gaat Van Mourik in op de wilsrechten. Soons stond als laatste spreker stil bij de langstlevende echtgenote, wanneer de overledene juist wel ten nadele van die langstlevende beschikkingen gemaakt heeft. Tegen dergelijke beschikkingen kunnen dwingendrechtelijke wettelijke rechten van afdeling 4.2A.2 in stelling gebracht worden. Deze rechten worden genoemd. Verder ging Soons in op de wijziging in de bepalingen over de legitieme portie ten gevolge waarvan legitimarissen niet langer het recht hebben hun legitieme portie als erfgenaam te ontvangen en evenmin om die portie in natura te ontvangen.