JBN 1997/80 - Vernietigbaarheid van de erkenning van een kind
Aflevering 9, gepubliceerd op 01-09-1997 geschreven door T.J. Mellema-KranenburgBespreking van het arrest van de Hoge Raad van 2 mei 1997, RvdW 1997, 116C inzake de vraag of de (niet-biologische) vader met een beroep op dwaling, art. 3:228 BW, dan wel bedrog of misbruik van omstandigheden, art. 3:44 BW, de door hem verrichte erkenning van een kind kon vernietigen. Het beroep wordt afgewezen omdat de vader niet voldoende aannemelijk heeft kunnen maken dat hij door de mededeling van de moeder omtrent zijn biologisch vaderschap tot de erkenning is verleid, nu uit zijn stellingen volgt, dat hij steeds moet hebben geweten dat van biologisch vaderschap geen sprake kon zijn.