JBN 1998/73 - Verdeling nalatenschap door tussenkomst rechter en waardebepaling bij de verdeling
Aflevering 9, gepubliceerd op 01-09-1998 geschreven door J.I. Driessen-KleijnIn zijn arrest van 17 april 1998 oordeelt de Hoge Raad dat de verdeling van een nalatenschap door de rechter overeenkomstig art. 3:185 lid 1 BW geschiedt naar redelijkheid en billijkheid, rekening houdend met de belangen van partijen en het algemeen belang. Bij de vaststelling van de verdeling is de rechter niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd. Bij de vaststelling van de verdeling stelt het Hof volgens de Hoge Raad terecht dat ter bepaling van de waarde van de panden in beginsel dient te worden uitgegaan van de waarde op het tijdstip van het openvallen van de nalatenschap. Nu partijen in casu geen bezwaar hebben ingebracht tegen de taxatiedatum in het deskundigenrapport, moet dit rapport als uitgangspunt gelden voor de verrekening van onder- en overwaarden.