JBN 2002/7 - Koop en verkoop van verontreinigde grond
Aflevering 1, gepubliceerd op 01-01-2002 geschreven door J.M. HoekMevrouw M.M. van Rossum geeft in Bouwrecht, oktober 2001, een overzicht van ontwikkelingen en tendensen betreffende koop en verkoop van verontreinigde grond. Het arrest van de Hoge Raad van 22 november 1996, NJ 1997, 527; JBN 1997, nr 27 betrof de verkoop van een villa in 1990 waarbij na de koop rondom een ondergrondse olietank ernstige verontreiniging werd geconstateerd. De Hoge Raad overwoog dat ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst de maatschappelijke opvattingen niet meebrachten dat de verkoper van een perceel grond waarin zich een olietank bevond, ongevraagd, en ongeacht of hij al dan niet bekend was of had behoren te zijn met een mogelijke verontreiniging, van de aanwezigheid van die tank mededeling behoorde te doen. Voor het verwerpen van de mededelingsplicht is onder meer van belang de verwijzing naar de maatschappelijke opvattingen, welke meebrachten dat anno 1990 de gevaren verbonden aan een ondergrondse olietank nog niet van zodanige algemene bekendheid werden geacht, dat op de verkoper een mededelingsplicht rustte. Voorts speelde mee veronderstelde onbekendheid van de verkoper met de verontreiniging en het niet vragen van specifieke inlichtingen door de koper.