JBN 2013/42 - Onaannemelijke vordering in familiekring
Aflevering 9, gepubliceerd op 01-09-2013 geschreven door G.H. LankhorstDe broer van de schuldenaar in de schuldsaneringsregeling stelt jegens de schuldenaar (saniet) recht te hebben op zijn legitieme portie van de nalatenschap van hun gezamenlijke ouders. Volgens het gerechtshof is niet aannemelijk geworden dat hij een vordering heeft, nu onduidelijk is of hij recht heeft op enig bedrag uit de nalatenschap. Onduidelijk is eveneens gebleven of de broer van de saniet niet tevens een schenking ter grootte van € 30.000 van zijn moeder heeft gekregen en dus wellicht zijn aandeel in de nalatenschap reeds heeft ontvangen. Een notariële verklaring verdeling nalatenschap ontbreekt. De pretense schuldeiser (de broer) is niet-ontvankelijk in zijn vordering op grond van artikel 350 Fw tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van zijn broer.