Aflevering 14

Gepubliceerd op 4 april 2019

NTFR 2019/816 - Het vak in verandering

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019 geschreven door dr. F.P.J. Snel
Onlangs was het vijfentwintig jaar geleden dat ik me op een dinsdagochtend meldde op de Groen van Prinstererlaan in Amstelveen om te beginnen aan mijn eerste werkdag als belastingadviseur. Ik ben niet het type dat regelmatig mijmert over ‘de goede oude tijd’. Maar desondanks kan ik er niet omheen dat het vak van belastingadviseur sindsdien flink is veranderd en dat dit ook voor mij gevolgen heeft. In deze Opinie ga ik in op de betekenis van deze veranderingen en op de vraag wat ik ervan vind. En er is een aspect dat ik eruit wil lichten: de ethische kanten van het vak. Hoe – als belastingadviseur – om te gaan met (mogelijke) belastingfraude en (mogelijke) agressieve belastingplanning?

NTFR 2019/817 - Antwoorden op vragen over overgangsrecht no-deal Brexit

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
De staatssecretaris van Financiën heeft, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, vragen beantwoord over de brief van 8 maart 2019 over het conceptbeleidsbesluit inzake fiscaal overgangsrecht als het Verenigd Koninkrijk zich terugtrekt uit de Europese Unie zonder terugtrekkingsovereenkomst (no-deal Brexit; NTFR 2019/592). Bij de beantwoording was de staatssecretaris nog uitgegaan van het terugtrekken per 29 maart 2019. Inmiddels is de termijn verlengd tot 12 april 2019 met de mogelijkheid tot verlenging. Hierdoor wordt het conceptbeleidsbesluit vooralsnog niet vastgesteld en gepubliceerd. Mocht zich alsnog een no-deal Brexit voordoen, dan zal het besluit alsnog worden vastgesteld en gepubliceerd en moet in de antwoorden op de vragen in plaats van 29 maart de daadwerkelijke datum van terugtrekking worden gelezen.

NTFR 2019/818 - Uitwerking evaluatie giftenaftrek en anbi-regeling: 16 verbetervoorstellen

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer via een brief geïnformeerd over de stand van zaken van de uitwerking van de verschillende suggesties voor verbetering van de giftenaftrek en de anbi/sbbi-regeling. Deze suggesties vloeien voort uit de kabinetsreactie op de evaluatie van de giftenaftrek en de anbi/sbbi-regeling en zijn uitgewerkt in samenwerking tussen het Ministerie van Financiën en de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF). De verbetervoorstellen zijn onder meer een slim invulscherm voor giften in de aangifte inkomstenbelasting, een versoepeling van de liquidatiebepaling, een verduidelijking van het bestedingscriterium in de anbi-regeling en de afschaffing van de aftrek voor contante giften. Als bijlage bij de brief is het rapport gevoegd van de werkgroep waarin het Ministerie van Financiën en de SBF hebben samengewerkt.

NTFR 2019/820 - Tweede Kamervragen beantwoord over eigenwoningrenteaftrek spaarhypotheken

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
De minister van Financiën heeft, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Tweede Kamervragen beantwoord over de hoogte van de rente van de spaarhypotheek en de aftrekbaarheid daarvan voor de inkomstenbelasting. Aanleiding voor de vragen is een krantenartikel waarin de rente voor een spaarhypotheek ten opzichte van een annuïtaire hypotheek als onterecht te hoog wordt bestempeld. De minister legt in zijn antwoorden de werking van de spaarhypotheek uit en vermeldt daarbij dat banken vanwege het hogere rente- en herfinancieringsrisico een opslag kunnen rekenen. Deze opslag telt door voor het spaargedeelte van de spaarhypotheek. De rente op een spaarhypotheek is volledig aftrekbaar, en zo wordt de aftrek naar de mening van de vragensteller ten onrechte besteed aan de banken. De minister meldt dat de opslag als reguliere rente geldt en dus niet meetelt voor de doelmatigheidsgrens van 0,2% die de Belastingdienst hanteert voor de toets of (risico-)opslagen tot de reguliere (aftrekbare eigenwoning)rente behoren.

NTFR 2019/821 - Twee naast elkaar gelegen appartementen vormen niet één 'eigen woning' (art. 81.1 Wet RO)

ECLI:NL:HR:2019:452, datum uitspraak 29-03-2019, publicatiedatum 29-03-2019
Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
Belanghebbende heeft twee naast elkaar gelegen appartementen. Zij worden in 2011 door belanghebbende en haar gezin gezamenlijk bewoond. De woonkamer en de slaapkamers in het ene appartement worden gebruikt door de kinderen voor respectievelijk studie en slaap. De slaapkamers in het andere appartement worden gebruikt door de ouders voor respectievelijk werk en slaap. De woonkamer in dat appartement wordt door het gezin als woonkamer gebruikt. In de aangifte IB/PVV 2011 heeft belanghebbende beide appartementen aangemerkt als ‘eigen woning’. Met Rechtbank Noord-Holland is het hof (Hof Amsterdam 26 april 2018, nr. 17/00022, NTFR 2018/1589) van oordeel dat de appartementen niet tezamen één eigen woning vormen. Beide appartementen vormen in bouwtechnisch opzicht en naar aard en inrichting twee zelfstandige woningen nu deze beide beschikken over een eigen voordeur en eigen voorzieningen zoals een keuken, een badkamer en een toilet. Tot op heden is geen doorgang gemaakt tussen de appartementen. Ook op basis van het vertrouwensbeginsel vormen beide appartementen geen ‘eigen woning’. Het hof acht heffing evenmin in strijd met het Eerste Protocol bij het EVRM.

NTFR 2019/823 - Voor toetsing economische verwevenheid is ‘onderling-niet-verwaarloosbaar-criterium’ bedoeld als aanvulling op het hoofdzaakcriterium

ECLI:NL:PHR:2018:1476, datum uitspraak 11-12-2018, publicatiedatum 05-02-2019
Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
In deze zaak staat de vraag centraal of een onderwijsstichting (belanghebbende) en een door haar opgerichte bv die tegen vergoeding onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel aan haar ter beschikking stelt, een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen. Meer specifiek is in geschil of sprake is van economische verwevenheid tussen de onderwijsstichting en de bv. In dit kader stelt belanghebbende de vraag aan de orde wat de verhouding is tussen het in de jurisprudentie ontwikkelde ‘hoofdzaakcriterium’ (HR 22 februari 1989, nr. 25.068, BNB 1989/112) en het ‘onderling-niet-verwaarloosbaar-criterium’ (HR 11 oktober 2013, nr. 11/05105, NTFR 2014/177).

NTFR 2019/824 - Wet Kansspelen op afstand in Staatsblad

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
De wet van 20 februari 2019 tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand is in het Staatsblad geplaatst. Dit wetsvoorstel moderniseert de Wet op de kansspelen (Wok) en de Wet op de kansspelbelasting (Wet KSB) door, onder strikte voorwaarden, online kansspelen mogelijk te maken. Kansspelen op afstand zijn kansspelen waaraan de speler online en zonder fysiek contact met (het personeel van) de organisator van de kansspelen deelneemt. De wet treedt in werking op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Met de Wet Kansspelen op Afstand worden online kansspelen gereguleerd, met bijbehorende aanpassingen van de Wet KSB en de AWR.

NTFR 2019/825 - Terugstorting griffierecht door rechtbank niet van invloed op ontvankelijkheid beroep

ECLI:NL:HR:2019:439, datum uitspraak 29-03-2019, publicatiedatum 29-03-2019
Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019 met annotatie van mr. P.T. van Arnhem
Belanghebbende heeft op 4 september 2017, binnen de termijn, het voor het beroep verschuldigde griffierecht voldaan. Rechtbank Den Haag heeft dit bedrag op 11 september 2017 teruggestort omdat belanghebbende eerder een beroep op betalingsonmacht had gedaan. Bij brief van 19 oktober 2017 heeft de rechtbank het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Vervolgens heeft de rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. Die beslissing houdt in cassatie echter geen stand. Hier staat namelijk vast dat betaling van het griffierecht voor het beroep tijdig is geschied. Daarmee heeft belanghebbende voldaan aan art. 8:41, lid 5, Awb. Dat de rechtbank het griffierecht naar belanghebbende heeft teruggestort, maakt dat niet anders. Wel moet belanghebbende, nu de terugbetaling ten onrechte heeft plaatsgevonden, dit bedrag opnieuw aan de rechtbank betalen. De ontvankelijkheid van het beroep is daarvan echter niet afhankelijk.

NTFR 2019/828 - Inspecteur heeft terecht een informatiebeschikking genomen met betrekking tot een Zwitserse bankrekening (art. 81.1 Wet RO)

ECLI:NL:HR:2019:454, datum uitspraak 29-03-2019, publicatiedatum 29-03-2019
Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
Een Zwitserse bank heeft in 2014 aan rekeninghouders met een woonadres in de EU die niet hadden aangetoond dat zij aan hun fiscale verplichtingen met betrekking tot de bij de bank aangehouden rekening voldeden, een brief gestuurd waarin stond vermeld dat tot sluiting van de rekening zou worden overgegaan als de rekeninghouder niet het formulier ‘EU-Zinsbesteuerung – Ermächtigung zur freiwillligen Offenlegung’ zou inzenden. De Nederlandse Belastingdienst heeft de Zwitserse belastingdienst gevraagd om een overzicht van rekeninghouders die in Nederland wonen en die, nadat de bank daarom had verzocht, niet hebben aangetoond dat zij aan hun fiscale verplichtingen voldeden. Ook is gevraagd om de namen van rekeninghouders die het hiervoor genoemde formulier niet hebben teruggezonden of zonder opgaaf van reden hun rekening opzegden. De Zwitserse belastingdienst heeft de rekeninghouders van deze vraag op de hoogte gesteld. De gegevens van rekeninghouders die geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om bezwaar in te dienen tegen deze informatieverstrekking of die niet of onvoldoende hebben aangetoond dat zij in Nederland het Zwitserse vermogen hebben aangegeven, zijn vervolgens aan de Nederlandse belastingdienst verstrekt. De naam en het rekeningnummer van belanghebbende stonden op dit overzicht. Belanghebbende heeft niet gereageerd op vragen van de inspecteur over de bankrekening in Zwitserland en heeft ook geen ‘verklaring vermogen in het buitenland’ ingevuld en teruggezonden naar de inspecteur. De inspecteur heeft de belanghebbende een informatiebeschikking gegeven met betrekking tot de vast te stellen aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2003 tot en met 2014. Het bezwaar heeft de inspecteur naar het oordeel van de rechtbank terecht afgewezen. De rechtbank heeft belanghebbende een termijn van zes weken gegeven om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Belanghebbende is tegen dit oordeel in hoger beroep gegaan. Zowel de rechtbank als het hof (Hof Den Haag 17 juli 2018, nr. 17/00901, NTFR 2018/2065) oordeelde dat de door de inspecteur aan Zwitserland gevraagde informatie van belang kon zijn voor zijn belastingheffing. De gevraagde informatie kon immers helderheid geven over de vraag of belanghebbende beschikte over vermogen dat zij niet in haar aangifte had vermeld. Van een ‘fishing expedition’ was geen sprake: de belastingdiensten van beide landen hadden een concrete aanleiding tot het uitwisselen van informatie. Dit leidde dan ook tot het oordeel dat de inspecteur terecht aan belanghebbende informatie heeft gevraagd over het verloop van de bankrekening en bij uitblijven van een reactie op die vragen terecht een informatiebeschikking heeft gegeven.

NTFR 2019/831 - Nederland en Duitsland trekken samen op bij 'minimumbelasting'

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019 geschreven door drs. F.W.G. Kam
De staatssecretaris van Financiën heeft met de Duitse minister van Financiën afgesproken gezamenlijk op te trekken bij een internationaal in te voeren minimumbelasting voor bedrijven. De staatssecretaris benadrukt dat internationale maatregelen nodig zijn om effectiviteit te bewerkstelligen, om dubbele belasting te voorkomen en om te zorgen voor duidelijkheid en goede uitvoerbaarheid voor het bedrijfsleven.

NTFR 2019/832 - EC verzoekt Duitsland discriminatie van grensarbeiders op te heffen

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
De Europese Commissie heeft besloten Duitsland een met redenen omkleed advies te sturen voor het weigeren van een bouwpremie (Wohnungsbau-Prämie) aan grensarbeiders. Belastingplichtigen die in Duitsland werken en aan de Duitse inkomstenbelasting onderworpen zijn maar in een andere lidstaat of een EER-land wonen, worden met betrekking tot deze premie minder gunstig behandeld dan binnenlandse belastingplichtigen. Met name de jaarlijkse bouwspaarpremie wordt in principe alleen aan ingezetenen toegekend en kan alleen worden gebruikt voor de verwerving of bouw van een door de eigenaar bewoonde woning in Duitsland. Deze regels kunnen derhalve belastingplichtigen ervan weerhouden hun uit het Verdrag voortvloeiende rechten met betrekking tot het vrij verkeer van werknemers en de vrijheid van vestiging (art. 49 VWEU en art. 31 EER-Overeenkomst) uit te oefenen. Als Duitsland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het HvJ.

NTFR 2019/833 - EC verzoekt Finland regels inzake fiscale aftrekbaarheid van groepsbijdragen in overeenstemming te brengen met EU-recht

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
De Europese Commissie heeft besloten Finland een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn wetgeving betreffende de fiscale aftrekbaarheid van groepsbijdragen tussen verbonden binnenlandse ondernemingen te wijzigen. De bestaande Finse wetgeving staat geen fiscale aftrekbaarheid toe voor bijdragen aan verbonden ondernemingen in andere EU/EER-landen voor zover deze betrekking hebben op definitieve verliezen (zoals gedefinieerd door het HvJ-EU) die door die ondernemingen zijn geleden. Deze verschillende behandeling van ondernemingen die in Finland zijn gevestigd en ondernemingen die in andere EU/EER-landen zijn gevestigd, is in strijd met de vrijheid van vestiging (art. 49 VWEU en art. 31 EER-Overeenkomst). Als Finland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Finse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

NTFR 2019/834 - EC verzoekt Hongarije belasting op verwerving van onroerend goed in overeenstemming te brengen met EU-regels

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
De Europese Commissie heeft besloten Hongarije een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn regels betreffende de belasting op de verwerving van onroerend goed voor stichtingen te wijzigen. Binnen de bestaande Hongaarse wetgeving zijn voor binnenlandse stichtingen erfenissen, schenkingen en de overdracht van onroerend goed vrijgesteld van belastingen, terwijl vergelijkbare stichtingen die in andere EU/EER-landen en derde landen zijn geregistreerd wel worden belast. De verschillende behandeling van Hongaarse en niet-Hongaarse stichtingen creëert een hogere belastingdruk voor vergelijkbare stichtingen die in andere EU-/EER-landen of niet-EU-landen zijn geregistreerd en is in strijd met het vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU). Als Hongarije binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Hongaarse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

NTFR 2019/835 - EC verzoekt Spanje discriminatie inzake vermogenswinstbelasting op te heffen

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
De Europese Commissie heeft besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek de gelijke behandeling te garanderen van vermogenswinst uit aandelen voor belastingplichtigen die in Noorwegen, IJsland en Liechtenstein wonen. De Spaanse wetgeving voorziet onder bepaalde omstandigheden voor personen die hun fiscale woonplaats in Spanje of een andere EU-lidstaat hebben in een belastingvrijstelling voor vermogenswinst uit de overdracht van aandelen. Personen die hun fiscale woonplaats hebben in een EVA-staat die deelneemt aan de EER kunnen die vrijstelling evenwel niet genieten. De Commissie is van oordeel dat de Spaanse wetgeving de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU en art. 40 EER-Overeenkomst) beperkt. Als Spanje binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Spaanse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

NTFR 2019/836 - EC verzoekt Spanje discriminatie inzake belasting van huurinkomsten op te heffen

Aflevering 14, gepubliceerd op 04-04-2019
De Europese Commissie heeft besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek de discriminerende fiscale behandeling voor niet-ingezetenen inzake inkomsten uit de verhuur van woningen op te heffen. Ingezeten natuurlijke personen genieten een inkomstenbelastingvermindering van 60% van het netto-inkomen uit de verhuur van onroerend goed dat door de huurder als woning wordt gebruikt. Deze vermindering is echter niet beschikbaar voor niet-ingezeten natuurlijke personen. Investeerders uit andere EU- of EER-landen worden dus onderworpen aan een verschillende behandeling waardoor het vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU) ten onrechte wordt beperkt. Als Spanje binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Spaanse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.