NTFR Beschouwingen 2007/2 - Wetgever, doe iets aan het nieuwe feit!
Aflevering 1, gepubliceerd op 15-02-2007 geschreven door prof.mr.dr. P.G.H. Albert‘Wetgever, doe iets tegen het nieuwe feit!’, zo luidt de titel van een recent betoog van Van Brunschot. F.W.G.M. van Brunschot, ‘Wetgever, doe iets tegen het nieuwe feit!’, in: Dat is verder geen probleem, Vriendenbundel Jaap Zwemmer, Sdu Fiscale & Financiële Uitgevers, Amersfoort 2006, p. 167. Van Brunschot pleit voor afschaffing van het nieuwe feit. De rechtszekerheid die het nieuwefeitconcept de belastingplichtige biedt, weegt volgens Van Brunschot niet op tegen het werk dat de uitvoering van het concept kost (voor rechters, Belastingdienst en belastingplichtigen). In dezelfde bundel (p. 162) betoont P.J.M. Bongaarts zich voorstander van handhaving van het vereiste van het nieuwe feit. Ook Van Amersfoort en De Blieck willen het nieuwe feit handhaven, zolang het huidige heffingssysteem (heffing bij wege van aanslag) ongewijzigd blijft. Zij stellen wel een inperking van het nieuwe feit voor, zoals hierna in punt 9 aan de orde komt. (P.J. van Amersfoort en L.A. de Blieck, 'Nieuw feit en navordering' (Ontstaan, inhoud en wenselijkheid van het voor navordering vereiste nieuwe feit), Geschriften van de Vereniging voor Belastingwetenschap no. 225, Kluwer, Deventer 2005, p. 24). Naar aanleiding van drie recente arresten van de Hoge Raad over een kenbare administratieve vergissing HR 14 april 2006, nr. 40.958, NTFR 2006/546 (na conclusie van A-G Niessen), HR 2 juni 2006, nr. 41.128, NTFR 2006/798 en HR 9 juni 2006, nr. 41.648, NTFR 2006/880 (alle drie met commentaar van Thomas). pleit ik voor een variant op deze stellingname: ‘Wetgever, doe iets aan het nieuwe feit!’. En tref dan ook een consistente regeling voor de herziening van voor bezwaar vatbare beschikkingen!