NTFR Beschouwingen 2009/4 - De verrekeningsmethode EU-proof?
Aflevering 1, gepubliceerd op 23-01-2009 geschreven door prof.mr. A.J.A. StevensIn HR 10 oktober 2008, nr. 43.619, NTFR 2008/1995 (hierna ook: het arrest), is een tweetal aspecten van de Nederlandse verrekeningsmethode getoetst aan het EU-recht. Het betreft de (niet-)toepassing van een tax sparing credit in de belastingverdragen met Brazilië en Griekenland op inkomsten uit andere landen (het leerstuk van de meestbegunstiging), alsmede de vragen of het grondslagvoorbehoud, alsmede de zogenoemde tweede limiet als onderdelen van de Nederlandse verrekeningssystematiek in overeenstemming zijn met het EU-recht. De Hoge Raad acht in het onderhavige arrest beide aspecten in overeenstemming met het gemeenschapsrecht. Een dergelijk oordeel doet uiteraard de vraag opkomen in hoeverre mogelijk andere aspecten van de Nederlandse verrekeningsmethode wel nog strijd kunnen opleveren met de verkeersvrijheden. In deze Beschouwing wordt deze onderzoeksvraag beantwoord. Allereerst zal het arrest kort worden samengevat (paragraaf twee). Daarna volgt in paragraaf drie een korte beschrijving van het Nederlandse verrekeningssysteem, waarna de gevolgen van het arrest voor het Nederlandse verrekeningssysteem worden geanalyseerd. Ik zal mij daarbij concentreren op de verrekeningssystematiek zoals die geldt onder het BvdB 2001 en de verdragen, en niet ingaan op andere regelingen (zoals de deelnemingsverrekening) Art. 13aa en 23c Wet VPB 1969. Zie over de houdbaarheid van deze regeling onder EU-recht o.a. J.L. van der Streek, ‘De nieuwe deelnemingsverrekening: verhouding tot internationaal en Europees belastingrecht (deel 1 en 2)’, WFR 2007/649 en 683. waar een verrekeningsmethodiek wordt gebruikt. Deze Beschouwing wordt in paragraaf vier afgesloten met een aantal conclusies.