NTFR Beschouwingen 2014/27 - HIR-arresten: over investeren, activeren en interpreteren
Aflevering 7-8, gepubliceerd op 14-08-2014 geschreven door drs. N.M. LigthartRecent is in een achttal arresten HR 23 mei 2014, nrs. 13/01647, 13/01702, 13/02325, 12/04575, 12/05645, 13/00215, 13/02154 en 13/00280, NTFR 2014/1467en NTFR 2014/1483, NTFR 2014/1484, NTFR 2014/1485, NTFR 2014/1486, NTFR 2014/1487, NTFR 2014/1488 en NTFR 2014/1489. A-G Wattel heeft geconcludeerd bij zaaknrs. 12/04575, 12/05645, 13/00215 en 13/00280 en deze voorzien van een gemeenschappelijke bijlage. (hierna: HIR-arresten) meer duidelijkheid verschaft over de reikwijdte van art. 15e (tekst tot 2007) respectievelijk art. 12a (tekst vanaf 2007) Wet VPB 1969, die zien op de handel in zogenoemde ‘herinvesteringslichamen’. Hoewel sommige structuren zijn achterhaald door wetswijzigingen, zijn diverse onderdelen uit de HIR-arresten ook nu nog van belang. In par. 2 van deze bijdrage beschrijf ik op hoofdlijnen de betreffende antimisbruikbepaling die besloten ligt in genoemde artikelen, waarna ik in par. 3 de belangrijkste wijzigingen na de invoering ervan belicht. Dit betreffen wijzigingen die relevant zijn voor de betreffende procedures. In de paragrafen 4 en 5 bespreek ik de belangrijkste rechtsvragen die in de procedures zijn beantwoord en onderwerp ik deze aan een nadere beschouwing. In par. 6 komt de meest recente wetswijzing (per 1 januari 2013) aan de orde, waarna deze bijdrage in par. 7 wordt afgesloten met een conclusie.