NTFR Beschouwingen 2017/46 - Mutual agreement en belastingverdrag
Aflevering 11, gepubliceerd op 18-11-2017 geschreven door prof.mr. F.P.G. PötgensDe Hoge Raad is van oordeel dat de allocatie van een ontslagvergoeding onder art. 10 (inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid) van het voormalige belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland (1959) dient te geschieden op basis van de eerder door hem aangegeven benadering, namelijk uitgaande van de werkzaamheden die zijn verricht in het jaar van ontslag (van 1 januari tot de datum van het ontslag), alsmede de daaraan voorafgaande vier kalenderjaren. Volgens de Hoge Raad mogen de andersluidende resultaten die de bevoegde autoriteiten van beide verdragsluitende staten hebben bereikt in een onderlingoverlegprocedure (art. 25, lid 2 van het verdrag) niet ten nadele van de belastingplichtige gevolgd worden vanwege het ontbreken van een moeilijkheid of een twijfelpunt.