Vastgoed Fiscaal & Civiel 2009/17 - Monumentenvrijstelling gesplitst?
Aflevering 2, gepubliceerd op 01-04-2009 geschreven door Mr. R.A. Wolf en Drs. M.L. NuijenMonumenten worden sinds jaar en dag fiscaal gefacilieerd met onder meer een aparte vrijstelling van overdrachtsbelasting. Deze in art. 15, lid 1, onder p, WBR geregelde vrijstelling heeft de afgelopen jaren de nodige pennen in beweging gebracht. Zie recent bijvoorbeeld: Wörsdörfer, ‘Monumentale finale?’, Vastgoed Fiscaal & Civiel 2008/2 en De Lange en Van de Meer, ‘Casestudie Monumentenvrijstelling: aandelentransacties nog altijd ‘ongelijk behandeld?!’, Vastgoed Fiscaal & Civiel 2008/5. Over het algemeen werd de reikwijdte van de vrijstelling te beperkt gevonden. Met het arrest van de Hoge Raad van 23 februari 2007 HR 23 februari 2007, nr. 41 591, NTFR 2007/350. werd een gedeelte van de geconstateerde onevenwichtigheid weggenomen; de vrijstelling gold ook voor de indirecte verkrijging van monumenten via aandelen in een onroerendezaaklichaam. Meer recent werd de wettekst aangepast zodat ook buitenlandse rechtspersonen de vrijstelling kunnen toepassen. Deze wijziging was opgenomen in de ‘Wijziging van een aantal belastingwetten en enkele andere wetten’ (Overige fiscale maatregelen II), Kamerstukken II 2007-2008, 31 404. Ook in het beleid van de Belastingdienst is een steeds ruimhartiger toepassing van de vrijstelling te bespeuren. Zoals recentelijk opgenomen in: besluit van 11 september 2008, nr. CPP2008/355M, Stcrt. 184. Deze positieve ontwikkelingen dreigen verstoord te worden door een onlangs in Amsterdam opgelaten proefballon. Hier splitste de fiscus een monument in een monumentaal en een niet-monumentaal gedeelte. Alleen voor het monumentale gedeelte gold de vrijstelling. Het is te hopen dat deze splitsingsexpeditie geen vervolg krijgt. De rechtszekerheid zou hiermee ernstig worden geschaad.