Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-06-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4125, 22/2681 tot en met 22/2684

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-06-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4125, 22/2681 tot en met 22/2684

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 juni 2023
Datum publicatie
21 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:4125
Formele relaties
Zaaknummer
22/2681 tot en met 22/2684
Relevante informatie
Art. 17 Verdrag Nederland-Duitsland, Art. 18 Verdrag Nederland-Duitsland, Art. 7.8 Wet IB 2001, Art. 21bis Uitv besl IB 2001

Inhoudsindicatie

niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtige met overheidspensioen geen recht op persoonlijke tegemoetkoming volgens Unierecht

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 22/2681 tot en met 22/2684

[belanghebbende], uit [plaats] (Duitsland), belanghebbende,

en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 18 mei 2022.

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de jaren 2017, 2018 en 2019 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting (IB) en voor het jaar 2020 een aanslag IB (hierna samen: belastingaanslagen) opgelegd.

1.2.

Gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslagen heeft de inspecteur bij beschikkingen belastingrente in rekening gebracht.

1.3.

De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.4.

De rechtbank heeft de beroepen op 3 mei 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en zijn echtgenote [echtgenote] en, namens de inspecteur, [inspecteur].

Tegelijk zijn op de zitting behandeld de zaken bij de rechtbank bekend met zaaknummer 22/1704, 22/1705, 22/2678 tot en met 22/2684 en 22/3548.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep