FTV 2003, afl. 10 - De bedenktijdregeling van art. 7:2 BW: een armzalig alternatief
Aflevering 10, gepubliceerd op 01-10-2003 geschreven door Mr. drs. J.S.L.A.W.B. RoesDenkend aan de bedenktijdregeling van art. 7:2 BW, zie ik de titel van het 28ste Landelijk Notarieel Studentencongres traag aan mijn geestesoog voorbijgaan: "Overbodige wetgeving".P.C.L. Kooijman e.v.a., 'Overbodige wetgeving. 28e Landelijk Notarieel Studentencongres Leiden, 2 april 1993', Ars Notariatus LXI (Amsterdam-Deventer 1993). Per 1 september jongstleden is de 'Wet van 5 juni 2003 tot aanvulling van titel 7.1 (Koop en ruil) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek met bepalingen inzake de koop van onroerende zaken alsmede vaststelling en invoering van titel 7.12 (Aanneming van werk)' in werking getreden.Stb. 2003, 238 (wettekst n.a.v. het wetsvoorstel 23095). De bedoeling van de nieuwe wet is het bieden van 'kopersbescherming', bescherming van de particuliere koper, de consument ofwel 'de natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf'. De consument-koper van roerende zaken werd reeds beschermd (art. 7:6 BW). Nu wordt ook de consument-koper van 'een tot bewoning bestemde onroerende zaak' (beter dan voorheen) beschermd. Een vormvereiste is ingevoerd (de koop moet schriftelijk worden overeengekomen; art. 7:2, lid 1 BW); de koopovereenkomst is in geval van tussenkomst van een notaris een inschrijfbaar feit in de zin van art. 3:17 BW geworden (art. 7:3 BW); de koper wordt financieel in bescherming genomen (art. 7:8, art. 26, leden 4 en 5 en art. 7.12.17 en 18 BW).