FTV 2003, afl. 11 - Naschrift
Aflevering 11, gepubliceerd op 01-11-2003 geschreven door Mr. W. Burgerhart, Mr. B.M.E.M. Schols en Mr. F.W.J.M. ScholsDe tekst van art. 4:13, lid 4 BW is ons inziens inderdaad duidelijk. De wetgever geeft aan dat in twee gevallen kan worden afgeweken van de rente van rechtswege, namelijk door de erflater in zijn uiterste wilsbeschikking dan wel door de nabestaanden onderling. Schrijvers gaan vrij uitvoerig in op de uitleg van het begrip 'dan wel'. Niet alleen wensen zij aan dit begrip een eigen juridische invulling te geven - volgens Van Dale betekent het begrip 'of' en niet zoals schrijvers suggereren 'maar ook' -, maar zij trekken daaruit tevens de conclusie dat de tekst de ruimte biedt aan de erfgenamen om af te wijken van de testamentaire rente. Dit is ons inziens echter niet het geval. Ook indien het begrip 'dan wel' zou moeten worden gelezen in de zin van 'maar ook', lezen wij niet in de tekst van art. 4:13, lid 4 BW dat hierin de mogelijkheid wordt genoemd dat de erfgenamen kunnen afwijken van de testamentaire rente.