FTV 2003, afl. 12 - Wetgever: pas de artikelen AK en AKa aan!
Aflevering 12, gepubliceerd op 01-12-2003 geschreven door Mw. prof. mr. I.J.F.A. van VijfeijkenMet de invoering van de Wet IB 2001 is overgangsrecht gecreëerd voor rentetermijnen die waren aangegroeid (gerijpt) voor 1 januari 2001, maar nog niet genoten. Omdat met de invoering van de Wet IB 2001 het reële stelsel is verlaten, althans voor wat betreft de vorderingen, dreigde zonder overgangsrecht een lek te ontstaan aan de heffingszijde. De artikelen AK en Aka (van de Invoeringswet Wet IB 2001) voorkomen dit. De wetgever heeft hierbij slechts oog gehad voor de heffingszijde. De debiteur-natuurlijk persoon die na 1 januari 2001 rente betaalt die voor die tijd is gerijpt, kan deze slechts zeer beperkt aftrekken op het betalingsmoment.Onder omstandigheden is rente die samengesteld wordt bijgeschreven aftrekbaar op het moment van bijschrijving. Die gevallen laat ik hier buiten beschouwing. Heeft de rente betrekking op ondernemingsvermogen of werkzaamheidsvermogen, dan wordt de oplopende rente ieder jaar ten laste van het resultaat gepassiveerd. De rente die is toe te rekenen aan de eigen woning komt op het voldoeningstijdstip als bedoeld in art. 3.147 Wet IB 2001 in mindering in box 1. Dus tot zover levert het ontbreken van overgangsrecht voor de debiteurnatuurlijk persoon geen problemen op. Heeft de rente betrekking op aanmerkelijkbelangaandelen, dan is de rente op het voldoeningsmoment als bedoeld in art. 4.44 Wet IB 2001 eveneens aftrekbaar, maar nu in box 2. Gaat de - tot 1 januari 2001 aangegroeide - rente door verrekening of vermenging teniet, dan is bij dezelfde belastingplichtige de rente in box 1 belast en in box 2 aftrekbaar. Door het verschil in tarief van beide boxen vindt deels heffing plaats. Onder de Wet IB 1964 vond de wetgever dit onwenselijk en heeft hij hiervoor een voorziening getroffen in het toenmalige art. 45. Ging de rente door verrekening teniet, dan vond aftrek plaats naar het normale progressieve tarief in plaats van het aanmerkelijkbelangtarief van 25%. Vier jaar later, bij de invoering van de Wet IB 2001 is de wetgever blijkbaar van gedachten veranderd. Aanmerkelijkbelangrente is onder alle omstandigheden aftrekbaar tegen 25%. Er worden geen uitzonderingen meer gemaakt. Ik meen terecht. Het is niet te rechtvaardigen dat de ene belastingplichtige aftrek tegen een ander tarief krijgt dan de andere belastingplichtige als het dezelfde 'rentesoort' betreft. De renteaftrek binnen box 2 zou onder alle omstandigheden moeten plaatsvinden tegen 50%, omdat dat ook de uiteindelijke belastingdruk is op die aandelen. Daarmee is het hiervoor geschetste probleem ook van de baan (evenals de bedrijfsopvolgingsproblematiek waarbij aanmerkelijkbelangaandelen worden gekocht door een natuurlijk persoon).