FTV 2003, afl. 4 - De smalle marges van de fiscale politiek. De ontinstrumentalisering van de inkomstenbelasting
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-04-2003 geschreven door Mr. F.R. HerreveldHet is de vraag wat de komende kabinetsperiode fiscaal Nederland zal brengen. In deze tijd van economische neergang is de ruimte om fiscale stimuleringsmaatregelen te treffen niet erg groot. Daarnaast lijkt er een zekere moeheid te zijn ontstaan over de fiscale instrumentalisering. Gedurende de jaren dat Willem Vermeend de fiscale scepter zwaaide in Den Haag, eerst als Kamerlid en later als staatssecretaris, heeft er een heftige instrumentalisering van de belastingwetgeving plaatsgevonden. Dit gebeurde in de inkomstenbelasting maar ook in de vennootschapsbelasting. Beide belastingen werden bovendien geplaagd door een groot aantal reparatiemaatregelen die ertoe hebben geleid dat er sprake was van een nauwelijks nog samenhang vertonende lappendeken van heffings- en stimuleringsbepalingen. In de inkomstenbelasting is dit grotendeels opgelost door de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001. Door deze wet is er weer een systematisch geheel ontstaan waarbij, afgezien van afbakeningsproblematiek rond de diverse boxen, in de meeste gevallen duidelijk is op welke wijze heffing van inkomstenbelasting zal moeten plaatsvinden. De particuliere belegger valt in beginsel in box 3, de vermogensrendementsheffing, ook wel aangeduid als de pretbox van Vermeend. Afgezien van enkele vuiltjes als de onduidelijkheid rond overige werkzaamheden bij actievere beleggingen in onroerende zaken en het ter beschikking stellen van vermogen aan een vennootschap waarin de geldverstrekker een (al dan niet meegetrokken of meegesleept) aanmerkelijk belang heeft, is sprake van een duidelijke heffing voor de particuliere belegger.