FTV 2003, afl. 5 - Uitgaven voor monumentenpanden in de Wet inkomstenbelasting 2001: persoonsgebonden aftrek
Aflevering 5, gepubliceerd op 01-05-2003 geschreven door Mr. S.F. van ImmerseelOnder de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) gelden er, evenals onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964, enkele bijzondere regels voor de (onderhouds)kosten van monumentenpanden. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de Wet IB 2001 geprobeerd zo veel mogelijk aan te sluiten bij de regeling van de oude wet. Door de boxenstructuur in de Wet IB 2001 was er echter toch wel enige aanpassing nodig. De aftrek van de uitgaven voor monumentenpanden heeft zijn plaats gevonden bij de persoonsgebonden aftrek. Vervolgens heeft de wetgever binnen deze regeling weer nuanceringen moeten aanbrengen. Een monumentenpand kan immers vele fiscale gedaanten hebben: ondernemingsvermogen, terbeschikkingstellingspand, eigen woning of belegging in box 3. Door de aftrekmogelijkheid voor uitgaven voor monumentenpanden is het verrichten van onderhoud aan een monumentenpand voor een vermogende particulier, één van de weinige mogelijkheden om nog een aftrekpost in box 1 te creëren. In deze bijdrage wordt de regeling voor de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden beschreven.