JBN 1995/39 - Wet verevening pensioenrechten bij scheiding: de rekenregels
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-04-1995 geschreven door J.C. SmitsIn het aprilnummer van JBN bespreekt Smits de voor de uitvoering van de pensioenverevening noodzakelijke rekenregels zoals die bij 2 beschikkingen van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn vastgesteld voor de berekening van de pensioenaanspraken opgebouwd vóór 1 mei 1955 en voorzover uit de beschikbare gegevens de opbouw van de pensioenaanspraken niet meer is af te leiden. De ene beschikking heeft betrekking op de echtscheidingen op of na 1 mei 1995 en de andere op de echtscheidingen van vóór 27 november 1981. Het belang, aldus Smits, van de rekenregels voor de notariële verdelings-praktijk is niet groot. Hetzij omdat de meeste echtscheidingen aan de notaris voorbijgaan, hetzij bij een notariële verdeling volgens de wet de uitvoering door het uitvoeringsorgaan wordt gedaan. Wanneer personen van de wet afwijken zal reeds het nodige zijn geregeld in het echtscheidings-convenant. Aan het slot van zijn artikel geeft Smits een aantal tips waaraan bij een verevening in afwijking van de wet aandacht te besteden ware; onder andere: - voor echtgenoten die eerste hebben samengewoond kan het nuttig zijn de vóórhuwelijkse jaren bij de verevening mee te nemen, vooral bij eindloonregelingen; - hebben beide echtgenoten eigen pensioenaanspraken, dan kan het heel praktisch zijn verevening uit te sluiten of te verevenen naar verhouding van ieders pensioenaanspraken, dat wil zeggen alleen het surplus te verevenen; - voor een directeur-grootaandeelhouder is het meest verstandig te regelen dat er zogenaamde conversie zal plaatsvinden.