JBN 2000/12 - Wet op de fbv's onverenigbaar met het Europees recht?
Aflevering 2, gepubliceerd op 01-02-2000 geschreven door Chr.A.J.F.M. HensenDe Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen (Wfbv) bepaalt dat een naar buitenlands recht opgerichte vennootschap die haar werkzaamheid nagenoeg geheel in Nederland verricht en geen werkelijke band heeft met de Staat waar zij is opgericht wordt aangemerkt als een formeel buitenlandse vennootschap (fbv). Op een fbv, die in het handelsregister in Nederland moet worden ingeschreven, wordt een groot aantal bepalingen van Boek 2 BW van toepassing verklaard. Aan de hand van het Centrosarrest van het Europese Hof van Justitie bespreekt de auteur de vraag of de Wfbv de vrijheid van vestiging neergelegd in artikel 52 EG-Verdrag (thans artikel 43) niet belemmert. Het Hof oordeelt dat ook een vennootschap opgericht in een EG-lidstaat de in artikel 52 EG-Verdrag aan onderdanen van lidstaten toegekende rechten, waaronder het recht om ondernemingen te beheren en op te richten in een andere lidstaat, kan uitoefenen. De auteur behandelt onder meer de vraag of aan het arrest gevolgen moeten worden verbonden wat betreft de algemene gelding van de Wfbv.